#14 De Privacy Nieuwsbrief

De gelekte Digitale Omnibus, overal is camerabeeld van behalve als je de Jackpot zou hebben gewonnen, en verwerkingsverantwoordelijken die zich schikken naar het oordeel van de toezichthouder.

Beste lezer,

Wetten maken en aanpassen is een kwestie van geduld. In Nederland wachten we nog altijd op de Verzamelwet gegevensbescherming, terwijl de evaluatie van de UAVG alweer nieuwe aanpassingen in het vooruitzicht stelt. Concepten, consultaties, adviezen, nota’s, parlementaire behandeling... het kost nu eenmaal tijd om tot een gewogen wet te komen.

Nou, dat ligt de laatste tijd op EU-niveau wel anders, zo ook op het terrein van het gegevensbeschermingsrecht. De AVG-evaluatie concludeerde dat de verordening goed functioneert, maar ruimte laat voor verbetering. In combinatie met de aanzetten uit het Draghi-rapport en bredere politieke druk om het digitale acquis te “moderniseren” of “te vereenvoudigen”, is die ruimte inmiddels volop in gebruik. Een voorbeeld van “versterking” is het lopende wetgevingstraject voor aanvullende procedureregels bij de AVG-handhaving, waarover het Europees Parlement recent in eerste lezing oordeelde. 

De echte versnelling zit echter in de voorstellen die rondgaan onder de noemer Digital Omnibus for the digital acquis. Officieel worden ze pas later deze week aangekondigd, maar de conceptversies circuleren al (eentje over AI en de ander over o.a. de AVG). Anders dan bij Omnibus IV, dat vooral relatief kleine wijzigingen bevat (zoals over artikelen 30, 40 en 42 AVG), gaat het hier om ingrepen in kernbegrippen van de AVG: de definities van persoonsgegevens en bijzondere categorieën, de regels voor geautomatiseerde besluitvorming en de transparantieverplichtingen om maar enkele te noemen. Ook worden bepalingen uit de ePrivacyrichtlijn (met name cookieregels) rechtstreeks in de AVG geïntegreerd. Veel daarvan is geen simpele codificatie, maar ook in essentie een correctie van jurisprudentie van het Hof van Justitie. 

De Commissie plaatst dit alles onder het label “vereenvoudiging”: minder lasten, snellere wetgevingstrajecten. Allemaal via een Omnibuswet; één instrument dat meerdere EU-wetten tegelijk wijzigt en ook veelal wat sneller. Maar de vraag is of deze wijzigingen nog wel als “technisch” of “gericht” te kwalificeren zijn, de voorwaarde waaronder de wijzigingen in een Omnibus kunnen worden gedaan. Want Omnibuswetgeving is een interessant middel, het kan het wetgevingsproces versnellen doordat bepaalde stappen uit het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven, zoals een volledige impact assessment achterwege kunnen blijven. Juist dat punt roept spanning op nu de inhoud zwaarte krijgt.

Een brede coalitie van maatschappelijke organisaties, waaronder het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), waarschuwen dat vereenvoudiging niet mag ontaarden in inhoudelijke verzwakking van het beschermingsniveau en vrezen daar wel voor met de Digitale Omnibus. In de literatuur wordt al langer betoogd dat de inzet van omnibuswetgeving voor substantiële wijzigingen risico’s voor de procedurele integriteit van het EU-wetgevingsproces meebrengt; Allemano spreekt zelfs van een vorm van “constitutionele drift”. Een eerder rapport van Cirio, een Zweeds advocatenkantoor, suggereert bovendien dat dergelijke trajecten juridisch kunnen worden aangevochten wanneer zij de grenzen van het instrument overschrijden. In dat licht wordt “haastige spoed” mogelijk echt zelden goed.

Of dat risico ook rond de Digitale Omnibus zal materialiseren, hangt af van de uiteindelijke inhoud én van de bereidheid van Raad en Parlement om de tijd te nemen en bijvoorbeeld alsnog effectbeoordelingen te verlangen voor hun amendementen of dat daar ook terughoudend mee om wordt gegaan. Voor nu is het vooral wachten op de officiële presentatie en de politieke reactie daarop.

Tot die tijd valt er genoeg te bespreken in deze extra grote editie van deze nieuwsbrief.

Veel leesplezier!

Anna Berlee


🇪🇺 EU rechtspraak

  • HvJ EU 13 november 2025, C-654/23, (Inteligo Media SA v Inteligo).
    Artikel: 1(1) 2002/58/EC, 6(1) AVG, 7 AVG, 13(1) 2002/58/EC, 13(2) 2002/58/EC, 13(4) 2002/58/EC, 83(2) AVG, 95 AVG
    Onderwerpen: telecommunicatie
    Kort: Inteligo Media SA is de uitgever van avocatnet.ro waar men iedere maand zes gratis artikelen mag lezen. Als je je registreert mag je er twee extra gratis lezen. Wil je nog meer lezen dan moet je gaan betalen. Het e-mailadres dat werd geregistreerd werd ook gebruikt om een gratis dagelijkse nieuwsbrief te versturen met de artikelen van de dag. De nieuwsbrief is gratis en gaat iedere keer vergezeld van een uitschrijfmogelijkheid. De Roemeense DPA (ANSPDCP) stelde dat toestemming vereist was voor het versturen van de nieuwsbrief en legde een boete op van omgerekend EUR 9.000 voor overtreding van artikelen 5(1)(a-b), 6(1)(a) en 7 AVG, omdat geen toestemming was verkregen. De verwerking die aanvankelijk op de b-grond gestoeld was bracht niet met zich mee dat ook een nieuwsbrief werd verstuurd. Dit leidde tot een zaak waarbij Inteligo Media stelde dat de nieuwsbrief kon leunen op de uitzondering in artikel 13(2) ePrivacy richtlijn zoals geïmplementeerd in de Roemeense wet en (daarnaast) artikel 6(1)(f) AVG. In Nederland is artikel 13(2) ePrivacyrichtlijn in 11.7(4) Tw te vinden. De vraag was eigenlijk naar de verhouding tussen de ePrivacyrichtlijn en de AVG.
    Allereerst overweegt het Hof dat “de uitgever van een onlinetijdschrift het e-mailadres van een gebruiker verkrijgt „in het kader van de verkoop van een product of een dienst” in de zin van dat artikel 13, lid 2, wanneer deze gebruiker op het onlineplatform van die uitgever een gratis account aanmaakt dat hem het recht geeft op gratis toegang tot een aantal artikelen van dat tijdschrift, op gratis ontvangst per e-mail van een dagelijkse nieuwsbrief met een samenvatting van de in artikelen van dat tijdschrift behandelde wetswijzigingen inclusief hyperlinks naar die artikelen, alsmede het recht op toegang, tegen betaling, tot aanvullende artikelen en analysen van dat tijdschrift. De verzending van een dergelijke nieuwsbrief vormt een gebruik van e-mail „voor direct marketing” van „gelijkaardige producten of diensten” in de zin van laatstgenoemde bepaling." (dictum). Immers het is het doel van de dagelijkse emails om iemand te verleiden om een betaald abonnement te nemen of anderszins te gaan betalen voor content/diensten van de uitgever (punt 45).
    Dan met betrekking tot de verhouding tussen de ePrivacyrichtlijn en de AVG. En eigenlijk de vraag... wanneer de uitgever een mail verstuurt op grond van artikel 13(2) ePrivacyrichtlijn op basis van welke grondslag in de AVG wordt dat dan gedaan? Nou daar maakt het Hof vrij weinig woorden aan vuil. Zo oordeelt het Hof op grond van artikel 95 AVG gelezen samen met Overweging 173 van de AVG, dat artikel 13(2) ePrivacyrichtlijn een lex specialis is (zonder het zo expliciet te noemen) ten opzichte van de AVG en dus alleen aan de hand van de ePrivacyrichtlijn bepaling de rechtmatigheid wordt getoetst (punt 68). De uitgever hoeft dus niet ook nog te kijken naar de vereisten uit de AVG (punt 66). Artikel 6(1) AVG is in dat geval dus ‘niet van toepassing’ (punt 69). Zie voor een bespreking van de AG-conclusie #6 De Privacy Nieuwsbrief
  • Gerecht 15 oktober 2025, T-291/23, (MeSoFa Vermögensverwaltungs AG v Single Resolution Board).
    Artikel: 4(1)(b) 1049/2001
    Onderwerpen: Woo
    Kort: Een Europese Woo-zaak. MeSoFa stelde dat SRB de toegang tot een document ten onrechte had geweigerd met een beroep op de uitzondering in artikel 4(1)(b) 1049/2001 waarin is opgenomen dat de "instellingen weigeren de toegang tot een document wanneer de openbaarmaking ervan zou leiden tot ondermijning van de bescherming van: de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, in het bijzonder gelet op de Gemeenschapswetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens." (punt 151) Het Gerecht begint door aan te geven dat de beslissing van SRB voldoende gemotiveerd is (punt 154) Ook het besluit van het 'Appeal Panel' dat de beslissing van SRB bevestigde, was volgens het Gerecht niets op aan te merken (punt 159). Het ging ook om een eigen afweging van SRB die niet helemaal gebaseerd was op bezwaren van derden (punt 179).
  • AG Szpunar 18 september 2025, in gevoegde zaken C‑188/24 en C‑190/24, (WebGroup Czech Republic, a.s. and NKL Associates s. r. o. v Ministre de la Culture, Premier ministre; Coyote System v Ministre de l’Intérieur et des Outre-mer, Premier ministre).
    Artikel: 2(h) 2000/31/EC, 2(h) 2000/31/EC, 15 2000/31/EC, 15 2024/1083
    Onderwerpen: leeftijdscontrole
    Kort: Deze zaak gaat eigenlijk volledig over de e-commercerichtlijn. Desalniettemin is deze opgenomen, nu de kern van deze zaak draait om verplichtingen tot het opleggen van leeftijdscontroles. In de kern is de vraag die in dit geding aan de orde is of de Franse regels, die technische vereisten opleggen zoals leeftijdscontroles, ongeacht hun raakvlak met persoonsgegevens, verenigbaar zijn met het interne-marktregime van de e-commercerichtlijn.
  • AG Medina 23 oktober 2025, C-258/23, (IMI – Imagens Médicas Integradas SA (C‑258/23); Synlabhealth II S.A. (C‑259/23); SIBS (C‑260/23) v Autoridade da Concorrência).
    Artikel: 6(3) AVG, 7 Hv, 8 Hv, 52(1) Hv
    Kort: Dit is de tweede AG conclusie in deze zaak. Naar aanleiding van de Landeck-uitspraak van het HvJ EU is deze zaak naar de Grote Kamer verwezen en is de AG gevraagd om conclusie te nemen. Het Hof vraagt de AG nu om te beoordelen of de waarborgen uit Landeck ook moeten gelden in het kader van mededingingsonderzoeken. Met name of ook daar voorafgaande rechterlijke of onafhankelijke controle verplicht is wanneer de in beslag genomen e-mails persoonsgegevens bevatten. De AG is van mening dat dit niet nodig is mits :
    • er een strikt wettelijk kader bestaat dat de bevoegdheden van de autoriteit nauwkeurig afbakent, en
    • er adequate en doeltreffende waarborgen zijn tegen misbruik en willekeur, met name een rechterlijke toetsing achteraf, zowel tijdens als na afloop van de onderzoeksprocedure
  • AG Spielmann 16 oktober 2025, C-484/24, (NTH Haustechnik GmbH v EM).
    Artikel: 5(1)(a) AVG, 5(1)(3) AVG, 6(1)(c) AVG, 6(1)(e) AVG, 6(3) AVG, 23(1)(j) AVG
    Kort: Deze zaak gaat om de vraag of het beginsel van opslagbeperking (art. 5(1)(e) AVG) Ouders en zoon werken bij hetzelfde bedrijf in de air-conditioning (NTH). Moeder stopt bij het bedrijf eind oktober 2019 en de ouders gaan uit elkaar eind juni 2022. De ex van de vrouw blijft bij het bedrijf als managing director en de zoon blijft ook bij het bedrijf werken. De vrouw heeft bedrijfsapparatuur verkocht via eBay. Daar kwam NTH achter door toegang tot het (persoonlijke) eBay account van de vrouw. De zoon zou daarvoor samen met de managing partner (de ex) het UserID en wachtwoord hebben verkregen op een wijze die niet overeenstemt met het beginsel van opslagbeperking. De verwijzende rechter vroeg zich af of deze gegevens dan wel mochten worden verwerkt door de rechter in de procedure, of dat de verwerking van gegevens die in strijd met de AVG zijn verkregen, ook voor de rechter (die eveneens aan de AVG is gebonden) een rechtmatigheidsprobleem oplevert.
    De AG zoekt voor het antwoord op deze vraag eerst binnen de AVG zelf, maar daar is geen antwoord te vinden. Dat brengt, kort gezegd, ook mee dat het hier gaat om een geval waarbij de procedurele autonomie van een lidstaat leidend is. Ofwel, de EU legt geen bindende regels op, dan is het aan de lidstaten hoe dit bewijs te waarderen en mee te wegen. Hoe dan ook, komt de AG tot de conclusie, verhindert het beginsel van opslagbeperking in ieder geval niet dat een rechter persoonsgegevens mag verwerken die zijn afgeleid van gegevens die oorspronkelijk zijn verzameld of bewaard in strijd met dat beginsel, mits die verwerking plaatsvindt in het kader van zijn rechterlijke taakuitoefening.
    Extra: Frappant is enigszins de overweging van de AG met betrekking tot artikel 23 AVG. Hij lijkt de verwijzing naar artikel 5 AVG in het eerste lid van art. 23 AVG breder te trekken dan ik meen dat de bedoeling is. In de context van de conclusie lijkt hij te impliceren dat ook via artikel 23 AVG een uitzondering op artikel 5 AVG in het geheel mogelijk zou zijn (punt 35). Ik dacht altijd dat dit een geclausuleerde verwijzing is: dat een uitzondering op artikel 5 AVG alleen mogelijk is via de band van artikel 23 AVG ‘voor zover de bepalingen van dat artikel overeenkomen met de rechten en verplichtingen als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 22’. Ofwel alleen in relatie tot de rechten van betrokkenen, niet het rechtmatigheidsbeginsel in het algemeen. We gaan zien, of, en zo ja wat het HvJ EU hierover zegt.

👩‍⚖️ EHRM rechtspraak

  • EHRM 13 november 2025, (CASE OF MANUKYAN v. ARMENIA).
    Artikel: 8 EVRM
    Kort: De verzoeker was een politicus van een oppositiepartij in Armenië. Hij werd benaderd door V.H. een medewerker van de National Security Service (NSS) van Armenië om als informant op te treden. Hij nam het gesprek op met V.H. en publiceerde het online. Een deel van het gesprek is ook te lezen in de uitspraak van het EHRM. De verzoeker stelde dat uit zijn gesprek met V.H. bleek dat informatie over zijn privéleven was verzameld en gebruikt om druk op hem uit te oefenen. Volgens hem had V.H. ook bedreigingen geuit tegen hem, mensen in zijn omgeving en zijn politieke partij (§6, 45). Hij nam die bedreigingen serieus en zei dat ze grote gevolgen hadden gehad: hij is gevlucht uit Armenië en woont sindsdien in Nederland waar hem politiek asiel is verleend (§11). Zijn aangifte had bovendien tot niets geleid en er was geen onderzoek gestart. (§41). Het Hof kan niet achterhalen wat specifiek aan informatie is verzameld over de verzoeker, (§48) maar is niet overtuigd door de argumenten aangedragen door de regering dat geen actie was ondernomen op basis van de verzamelde informatie (§49). Het Hof gaat er daarom vanuit dat er voldoende is om aan te nemen dat sprake is van een inmening (§50). Dit wordt versterkt door de ernstige dreigingen die V.H. maakte jegens de verzoeker (§51-55). De inmenging was echter niet in overeenstemming met de wet, nu door de uitgeoefende druk het hele vrijwillige element van medewerking met de inlichtingendiensten ondermijnd werd. (§61-62). Dit an sich leidt al tot een schending van art. 8 EVRM. Het gebrek aan een ‘effective’ onderzoek instellen zorgt er voor dat daardoor ook een schending van art. 8 EVRM dient te worden aangenomen. (§65-72)
  • EHRM 6 november 2025, 46704/16, (CASE OF GUYVAN v. UKRAINE).
    Artikel: 8 EVRM
    Kort: Deze zaak betreft een vermeende schending van het recht op privacy van de verzoeker, namelijk de verwerking van gegevens van zijn werktelefoon door zijn werkgever in het kader van een intern onderzoek en de weigering van de werkgever om hem te informeren over de gegevens die op die manier waren verzameld. (§1) Het interne onderzoek werd gestart nadat uit de telefoonrekeningen bleek dat tegen de afspraken in de verzoeker internationale roamingdiensten had gebruikt op zijn werktelefoon, terwijl het aanwezigheidsregister aangaf dat hij op die momenten op zijn werk was (§9) De gegevens werden bij de aanbieder opgevraagd en dit leidde uiteindelijk tot een melding bij de politie (§10-11). De verzoeker daagde vervolgens de werkgever omdat deze persoonsgegevens verzamelde, en het verzoek om toegang daartoe had afgewezen (§12). De verzoeker ving bot in bij alle nationale instanties. (§14-16) Het Hof memoreert dat de afspraak tussen partijen was dat de werknemer de telefoon ook voor privédoeleinden mocht gebruiken mits hij z'n werkgever daarvoor terugbetaalde. Het feit dat de abonneehouder de werkgever was maakt de verkeersgegevens niet minder persoonlijk. Artikel 8 EVRM is dus van toepassing (§31-32). Het Hof stelt vast dat de werkgever alleen gegevens mocht opvragen teneinde te bepalen welke oproepen en berichten werkgerelateerd waren, en niet om de locatie van de werknemer te achterhalen. Door toch gegevens te verzamelen over contactnummers en landen van roaming, heeft de werkgever onnodig persoonsgegevens verwerkt en daarmee inbreuk gemaakt op de privacy van de werknemer. De nationale rechters hebben niet beoordeeld of dit volgens de Bărbulescu-criteria gerechtvaardigd was, omdat zij ten onrechte meenden dat het niet om persoonsgegevens ging. (§39) Dit betreft een schending van artikel 8 EVRM.
  • EHRM 6 november 2025, 23236/22, (CASE OF BAENA SALAMANCA v. SPAIN).
    Artikel: 8 EVRM, 10 EVRM
    Kort: Deze zaak gaat over een forensisch arts die in de media werd beschuldigd een rechterlijk bevel te hebben genegeerd (wat strafbaar is) om een ETA-lid persoonlijk te onderzoeken. Zij stelde haar rapport over zijn gezondheidstoestand op op basis van de beschikbare medische dossiers. De verzoekster stelde dat zij een dergelijk bevel nooit had ontvangen en klaagde de krant El País aan. Door haar zaak bij de burgerlijke rechter af te wijzen zou volgens haar het in art. 8 EVRM beschermde recht op haar reputatie geschonden zijn (§ 93). Het gaat hier over een weging van art. 10 en 8 EVRM. Het Hof weegt vervolgens de taal die gebruikt is (namelijk dat ze het rechterlijk bevel 'genegeerd' zou hebben) (§ 128), en geeft aan dat het erg onfortuinlijk is dat er niet is gecontroleerd of de arts daadwerkelijk ook het bevel had ontvangen, (§129) maar het is niet aan het Straatsburgse Hof om dit nader uit te zoeken of en waarom de verzoeker dit niet ontvangen zou hebben. (§130) De vraag die voorligt is of de journalisten voorbij de limieten die 'verantwoorde journalistiek' te werk gingen. (§130) Het Hof komt tot de conclusie dat dit niet het geval was (§131-140). Echter, het Hof was niet unaniem op dit punt. Drie rechters schreven een afzonderlijke en afwijkende opinie (dissenting opinion).
  • EHRM 6 november 2025, 37639/19, (AFFAIRE A.V. c. SUISSE).
    Artikel: 8 EVRM
    Kort: Deze zaak draait om het monitoren van het post en telefoonverkeer van een gedetineerde. Dit levert een inmenging op van art. 8 EVRM maar volgens Hof werd daarbij voldaan aan de vereisten uit art. 8(2) EVRM (§33). De Zwitserse regelgeving bood voldoende waarborgen, maakte onderscheid tussen geprivilegieerde en niet-geprivilegieerde post, en bood mogelijkheden tot beroep. Het Hof benadrukte dat een bepaald niveau van postcontrole inherent is aan detentie en niet op zichzelf strijdig is met artikel 8, zolang er proportionele grenzen en uitzonderingen bestaan. (§35) Zoals hier het geval. Kortom, geen schending van artikel 8 EVRM (§40)
  • EHRM 4 november 2025, 17982/21, (CASE OF VAINIK AND OTHERS v. ESTONIA).
    Artikel: 8 EVRM
    Kort: Deze zaak gaat om het algehele rookverbod in Estse gevangenissen, dat volgens de verzoekers – die allen gedetineerd waren op het moment dat het verbod van kracht werd – hun rechten uit hoofde van de artikelen 3 en 8 van het Verdrag schond. (§1) Het gaat niet om gegevensbeschermingsrecht maar de eerbiediging van het privéleven (§128). "Gegeven de ruime uitleg van het begrip ‘privéleven’ en de manier waarop dit in zijn rechtspraak is toegepast, is het Hof bereid te aanvaarden dat de keuze om te roken – een activiteit die in Estland niet algemeen verboden is – en de vraag of behandeling moet worden geboden om de ontwenningsverschijnselen van het stoppen met roken tegen te gaan, kunnen worden beschouwd als vallend binnen de materiële werkingssfeer van het recht op eerbiediging van het privéleven." (§132) In dit geval levert het schending op. De aanzienlijke margin of appreciation hier geeft Estland weliswaar de ruimte om roken tegen te gaan, ook in gevangenissen (§161). Echter deze 'margin' is niet ongelimiteerd. "Het Hof oordeelt echter dat de nationale autoriteiten, door een volledig rookverbod in gevangenissen op te leggen zonder het belang en de impact daarvan te beoordelen vanuit het perspectief van de persoonlijke autonomie van rokende gedetineerden, hebben nagelaten om relevante en toereikende redenen te geven voor dat vergaande en absolute verbod, en daarmee de beoordelingsmarge die het Verdrag toekent, hebben overschreden." (§ 172) Ofwel een schending van artikel 8 EVRM.
  • EHRM 7 oktober 2025, (CASE OF IMANOV v. AZERBAIJAN).
    Artikel: 8 EVRM, 10 EVRM
    Kort: Deze zaak betreft de schrapping van de advocaat wegens uitlatingen die hij tegenover de pers had gedaan over de vermeende mishandeling van zijn cliënt in de gevangenis. (§1) Eerdere zaken over de vermeende mishandeling en de arrestatie en daaropvolgende dagen zijn zelf al door het Hof behandeld (zie appl. no. 2747/17 en 25054/17). De verzoeker heeft zijn cliënt in de gevangenis bezocht en zag signalen die wezen op mishandeling en hoorde van zijn cliënt ook wat hem zou zijn overkomen. Dit vertelde hij aan journalisten die hem benaderden over informatie over het welzijn van zijn cliënt. (§12-13). Deze uitingen kwamen hem echter duur te staan. Het leidde tot een tuchtklacht en uiteindelijk ook een schrapping van het tableau (§14-25). Omdat hij zonder bewijs informatie over vermeende mishandeling van zijn cliënt had gedeeld. (§21). Bij het Straatsburgse Hof wordt eerst de gestelde schending van artike 10 EVRM behandeld en vastgesteld door het Hof. De sanctie van het schrappen van het tableau is disproportioneel (§49-51). Ook wordt artikel 8 EVRM besproken, niet in de gegevensbeschermelijke context, maar omdat het hier gaat om de eerbiediging van het privéleven dat geraakt wordt door zijn schrapping (§ 53 en 60). Het feit dat de maatregel disproportioneel was in het licht van artikel 10 EVRM speelt ook hier te parten (§66-68). Ofwel het leidt ook tot een schending van artikel 8 EVRM.
  • EHRM 23 september 2025, (AFFAIRE SCUDERONI c. ITALIE).
    Artikel: 3 EVRM, 8 EVRM
    Kort: Deze zaak gaat over huiselijk geweld. De rechtbank kwalificeerde het voortdurende intimidatiegedrag, de agressies, de telefoongesprekken, het hacken van de telefoon, cameratoezicht in huis en de slaapdeprivatie als “louter pesterijen” in het kader van een relatiebreuk (§113) Het Hof verwijst naar structurele problemen in Italië: hardnekkige stereotypen, een onjuiste interpretatie van de eis van “gewoonte” in het strafrecht, en een verbreide praktijk van het herkwalificeren van geweld als “relatieconflict”, in combinatie met institutionele vooroordelen die de geloofwaardigheid van vrouwelijke slachtoffers ondermijnen. (§§ 116-118) In deze zaak is dat ook aan de orde geweest en zijn de specifieke problemen van huiselijk geweld niet meegenomen in het strafrechtelijk onderzoek. (§120). Een juiste beoordeling had ook het geheel van psychische en fysieke mishandelingen, economische dwang, belemmering van omgang en digitale inbreuken op haar privacy moeten omvatten. (§119) Daarbij is de mogelijkheid tot hoger beroep instellen geweigerd (§121). Dit alles leidt tot een schending van artikelen 3 en 8 EVRM (§123).

🇳🇱 Nederlandse rechtspraak

  • Handhaving
    • Rechtbank Amsterdam 4 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5787 (Handhaving. Toepassing prioriteringsbeleid AP. Uitvoerige bespreking doelmatigheid optreden, schade en bredere maatschappelijke betekenis van handhavend optreden.).
      Artikel: 57(1)(f) AVG
      Onderwerpen: handhaving
      Kort: Verzoek tot handhaving inzake onrechtmatige verwerkingen inzake het gebruik van personeelsadministratiesysteem FlexService door oud-werkgever van de eiseres Jefferson Wells B.V., onderdeel van Manpower Group Netherlands B.V. (MPG). De Autoriteit Persoonsgegevens besloot met verwijzing naar prioriteringsbeleid om de zaak niet nader te onderzoeken. Wel is een normoverdragend gesprek gevoerd met Jefferson Wells. Dit vond eiseres niet genoeg en is in beroep gegaan. Ze stelt dat de klacht een veel bredere reikwijdte had dan waar de AP vanuit ging. Zo zou het niet alleen gaan om art. 32 AVG maar ook het beginsel van integriteit en vertrouwelijkheid, beginsel van minimale gegevensverwerking en het verbod op de verwerking van bijzondere categorieën van pgg en de rechten van betrokkenen, i.h.b. 12, 16 t/m 18 AVG. Daarnaast stond de onrechtmatigheid al vast met hetgeen aan de AP was overlegd. (r.o. 9). De Rb. overweegt echter dat de klacht beperkter dan dat was ingestoken, gelet op de bewoordingen en de context. (r.o. 10 e.v.). M.b.t. het punt dat de onrechtmatigheid geen (complex) onderzoek vereiste maar in zekere zin al vaststond met de documenten door eiseres overlegd vangt de eiseres ook bot. (r.o. 14). De verwijzing naar de Land Hessen zaak van het HvJEU gaat ook mank, nu daar al een overtreding was vastgesteld, in tegenstelling tot hier. (r.o. 15). Maar de Rb. is het wel met de eiseres een dat de AP niet voortvarend heeft gehandeld met de afhandeling van de klacht. waarvoor ook inmiddels meermaals excuses zijn gemaakt. De vraag is echter wel of een voortvarender handelen in dit geval op de inhoud had uitgemaakt. (r.o. 15). Kortom : "De rechtbank is van oordeel dat verweerder na de eerste beoordeling tot de conclusie mocht komen dat mogelijk sprake was van een overtreding maar dat deze nog niet kon worden vastgesteld." (r.o. 16) Dan de vraag of de AP over had moeten gaan tot nader onderzoek, of beter gezegd hiervan mocht afzien. Aangezien het systeem inmiddels al enkele jaren is vervangen door een ander systeem is de reconstructie in dit geval zeer bemoeilijkt en met name dat het daardoor 'niet onwaarschijnlijk was' dat de overtreding inmiddels is beëindigd. Ook is het maar de vraag of met nader onderzoek meer kon worden bereikt dan met het normoverdragend gesprek. (r.o. 20). Deze laatste was in dit geval volgens de Rb. een geschikt middel. Dan met betrekking tot de mate waarin de betrokkene wordt geraakt door de vermeende overtreding. Ook deze slaagt niet. "e rechtbank onderkent dat alleen al het idee dat haar persoonsgegevens in [systeem] mogelijk toegankelijk waren voor collegas en afdelingen die daartoe niet geautoriseerd waren voor eiseres pijnlijk moet zijn geweest en nog altijd is; nog daargelaten dat zij jarenlang tegen haar oud-werkgever heeft gestreden om dit aan te kaarten en hierover duidelijkheid te verkrijgen. Met de toetsing aan dit criterium uit de Beleidsregels gaat het echter om de schadelijkheid van de vermeende overtreding voor eiseres in het licht van de bescherming van haar persoonsgegevens. De rechtbank acht in dat kader de motivering van verweerder niet onbegrijpelijk: uit het dossier is niet gebleken dat de persoonsgegevens van eiseres ook daadwerkelijk zijn ingezien door daartoe niet bevoegde medewerkers van [bedrijf 1] en, voor zover dat wel het geval zou zijn geweest, ook niet dat daardoor schade is ontstaan. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de schade die eiseres stelt te hebben geleden door een mogelijke overtreding van de AVG onvoldoende gewicht in de schaal legt ten opzichte van het hierboven besproken criterium over de doelmatigheid en doeltreffendheid van nader onderzoek." (r.o. 23). Ook ontbreekt het aan de bredere maatschappelijke betekenis hier. (r.o. 26) Het optreden jegens dit bedrijf, zou maar van beperkte invloed zijn. De eiseres krijgt wel een schadevergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn, nu sprake is van een overschrijding van afgerond anderhalf jaar. (r.o. 36)
    • Rechtbank Den Haag 2 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18240 (AP mocht afzien van nader onderzoek naar mogelijk datalek bij Hof van Discipline).
      Artikel: 57(1)(f) AVG
      Onderwerpen: handhaving
      Kort: Eiser heeft klacht ingediend bij het Hof van Discipline. Die is zoekgeraakt wat volgens eiser een datalek oplevert. Daarover is dan weer een klacht bij de AP ingediend. De AP ging geen nader onderzoek doen en eiser is het daar niet mee eens. (r.o. 2) Uitleg over wat uitzoeken klacht behandelen daadwerkelijk met zich meebrengt (r.o. 7) dit is niet doelmatig (r.o. 8). De AP mocht afzien van het doen van nader onderzoek.
    • Rechtbank Midden-Nederland 5 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5177 (Verzet tegen uitspraak waarin werd bevestigd dat AP niet nader onderzoek hoefde te doen ongegrond.).
      Artikel: 5(1)(f) AVG, 86 AVG
      Onderwerpen: handhaving
      Kort: Verzet ongegrond. Opposant stelt dat ook artikel 5(1)(f) AVG meegewogen had moeten worden bij bepalen of pandadresgegevens op grond van de Woo openbaar gemaakt mogen worden. Die bepaling heeft daar echter niets mee van doen (r.o. 7)
    • Raad van State 8 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4982 (AP heeft zorgvuldig globaal bureauonderzoek verricht. Op grond daarvan mocht worden afgezien van verder onderzoek).
      Onderwerpen: handhaving
      Kort: Zeer korte uitspraak ABRvS
    • Raad van State 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4921 (AP mocht klacht afwijzen over ICS inzake sturen foto ter verificatie van identiteit met beroep op prioriteringsbeleid.).
      Artikel: 52(2) AVG, 58(2)(c) AVG
      Onderwerpen: handhaving
      Kort: Hoger beroep ECLI:NL:RBMNE:2023:7757. Er was ook nog aangevoerd dat het wel onder het prioriteringsbeleid zou vallen omdat ICS eigendom is van ABN-AMRO dat een staatsbedrijf is. (r.o. 4). Alleen heeft de AP ook beleidsruimte "ten aanzien van de reikwijdte van de aandachtspunten uit de beleidsregels. De AP heeft op de zitting bij de Afdeling toegelicht dat de toepasselijkheid van het aandachtspunt digitale overheid wordt beoordeeld aan de hand van de rechtsvorm van de onderneming. Daarbij hoefde de AP niet bij de beoordeling te betrekken of de overheid aandeelhouder is van die onderneming." (r.o. 5.3). In dit geval heeft de AP vastgesteld dat technisch onderzoek naar de door ICS gebruikte applicaties noodzakelijk is om vast te stellen of er sprake is van een overtreding. Met verwijzing naar de beleidsregels mocht de AP daarom stellen dat een nader onderzoek niet doeltreffend en doelmatig is. (r.o. 5.1) Zelf betalen voor het onderzoek mag niet omdat dit onverenigbaar is met de onafhankelijke rol van de toezichthouder. (r.o. 5.2)
  • Rechten van betrokkene
    • Rechtbank Midden-Nederland 28 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5603 (Een verzoek van een slachtoffer om informatie in Wjsg gegevens had mogen worden geweigerd op grond van de Woo, maar niet zomaar op grond van 51c Wjsg).
      Artikel: 8.8 Woo, 39f(1)(f) Wjsg,51c Wjsg
      Onderwerpen: Inzage
      Kort: Slachtoffer van veroordeelde wil via woo-verzoek informatie om te bezien of ze zelf de schade kan verhalen nu de veroordeling tot betaling aan slachtoffer nooit is opgevolgd. Op grond van de Woo bestaat dit recht niet, maar de rechtbank stelt wel dat de minister niet zomaar het verzoek tot die gegevens op grond van artikel 51c Wjsg mocht weigeren. "De rechtbank kan uit artikel 51c van de Wsjg niet opmaken dat dit artikel alleen betrekking zou hebben op instanties en aldaar werkende personen. Artikel 51c van de Wjsg ziet op verstrekkingen van tenuitvoerleggingsgegevens aan derden. Het tweede en derde lid van artikel 51c van de Wjsg hebben betrekking op de verstrekking van tenuitvoerleggingsgegevens door de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde de minister. Daarin staat het volgende: 2. Voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang kan Onze Minister of het College van procureurs-generaal aan personen of instanties tenuitvoerleggingsgegevens verstrekken voor het doel van: e. het verlenen van hulp aan slachtoffers." (r.o 7) Met een mooie analyse over de achtergrond van de wet en de context van de bepalingen alsmede de tekst daarvan komt de rechtbank dus tot de conclusie dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd "dat eiseres als persoon op grond van artikel 51 van de Wjsg geen aanspraak kan maken op verstrekking van de gegevens, omdat zij dit als slachtoffer hoe dan ook niet zou kunnen vragen op grond van dit artikel. De beroepsgrond slaagt." (r.o 8.3)
    • Raad van State 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4944 (Eerste besluit was onzorgvuldig nu uit later inzageverzoek blijkt dat er wél persoonsgegevens waren.).
      Artikel: 15 AVG
      Kort: Een tweede inzageverzoek wordt ingewilligd met gegevens die niet in een eerder verzoek om inzage zijn verstrekt. Daarmee is het eerste besluit onzorgvuldig tot stand gekomen. (r.o. 2 en 3). Relatie met ECLI:NL:RVS:2025:3961 aangaande het tweede besluit.
    • Raad van State 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5463 (Vaste rechtspraak van Afdeling over inzagerecht volgens Afdeling niet in strijd met recht op gelijke proceskansen).
      Artikel: 15 AVG, 6 EVRM, 47 Hv
      Kort: Hoger beroep ECLI:NL:RBAMS:2023:5961 (ongepubliceerd). In bezwaar is gebleken dat er nog meer persoonsgegevens waren verwerkt, het overzicht is daarop aangevuld (r.o 3). Dit overzicht is alsnog incompleet volgens betrokkene en daarom is er beroep ingesteld. de Rb. oordeelde dat de zoekslag voldoende was (r.o 4). In hoger beroep voert betrokkene (appellant) het volgende aan: "[appellant] betoogt dat de vaste rechtspraak van de Afdeling niet houdbaar is. Als, volgens deze rechtspraak, de verwerkingsverantwoordelijke aangeeft dat een bepaald document niet of niet meer in zijn bezit is en deze mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat het document toch onder de verwerkingsverantwoordelijke berust. [appellant] voert hiertoe aan dat sprake is van een situatie van inequality of arms, waarbij hij de zwakkere partij is." (r.o 5). De Afdeling overweegt dat de rechtspraak niet inhoudt "dat een verzoeker in elk geval aannemelijk moet maken dat de gevraagde informatie bij het bestuursorgaan berust. Pas als een bestuursorgaan na onderzoek stelt dat de informatie niet of niet meer bij het bestuursorgaan berust en die stelling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het aan een verzoeker om aannemelijk te maken dat de informatie wel bij het bestuursorgaan berust. De rechter beoordeelt of het door het bestuursorgaan verrichte onderzoek zorgvuldig en volledig is geweest, waarbij het bestuursorgaan moet aangeven hoe naar de informatie is gezocht. Van strijd met het recht op gelijke proceskansen is daarom geen sprake. In wat [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding om van deze vaste rechtspraak af te wijken." (r.o 5.2)
    • Raad van State 29 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5200 (Omvang inzagerecht.).
      Artikel: 15 AVG
      Kort: Hoger beroep van ECLI:NL:RBNNE:2024:3644. Deze rechtbank uitspraak is niet gepubliceerd. Dit is erg jammer nu de Afdeling stelt zich te kunnen vinden in het oordeel van de rb. zoals opgenomen in specifieke overwegingen, die niet herhaald worden in deze zaak. De zaak ziet specifiek op de inzage in medische stukken van betrokkene die onder het UWV berusten. Deze zijn gegeven. (r.o. 4) Daarnaast overweegt de ABRvS : "Zoals de rechtbank tot slot terecht heeft overwogen, omvat het inzagerecht niet het recht op het verkrijgen van duidelijkheid over welke (niet-)medische stukken al dan niet in andere procedure zijn betrokken door het Uwv."
    • Rechtbank Amsterdam 18 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7030 (Risepoint zaak. Reikwijdte inzageverzoek kan niet in verzoekschriftprocedure worden gewijzigd. Dat ontneemt verwerkingsverantwoordelijke mogelijkheid daarin buiten rechte over uit te laten.).
      Artikel: 15 AVG, 35 UAVG, 79(2) AVG
      Kort: Weer een Risepoint zaak. Inzage zou worden verleend, mits er een geheimhoudingsverklaring zou worden getekend. Daar is verzoeker niet mee akkoord gegaan (r.o. 2.6). In verzoekschriftprocedure is het inzageverzoek uitgebreid maar daar is geen plaats voor in de procedure en strookt niet met art. 35 UAVG (r.o. 4.4.). Immers dan wordt de verwerkingsverantwoordelijke de gelegenheid ontnomen om zich buiten recht uit te laten over de toewijsbaarheid van het verzoek (r.o. 4.4.). Betrokkene heeft niet nader onderbouwd waarom Risepoint onvolledig zou zijn geweest in het voldoen aan het inzageverzoek. Het verzoek wordt afgwezen nu de verzochte informatie voorafgaand aan de mondelinge behandeling is verstrekt (r.o. 4.8) wel moet Risepoint de proceskosten dragen nu de informatie is verstrekt nadat het verzoekschrift was ingediend bij de rechtbank.
    • Rechtbank Oost-Brabant 8 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6161 (Inzageverzoek).
      Artikel: 15 AVG
      Kort: niet-ontvankelijk danwel ongegrond. Eiseres wilde niet naar zitting komen dus is het geheel schriftelijk afgedaan waarbij de Rb. op alle punten van de eiseres inging.
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6629 (Inzage FSV. De reden van registratie is niet beschikbaar en kan daarom niet inzage in worden verleend.).
      Artikel: 15 AVG
      Onderwerpen: FSV
      Kort: r.o. 4.4
    • Rechtbank Rotterdam 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12843 (Verzoek om rectificatie en wissing passages reclasseringsadvies afgewezen).
      Artikel: 16 AVG, 17(1) AVG, 17(3)(b) AVG
      Kort: Betrokkene is gedetineerd en verblijft in een PI. Het OM heeft de beslissing over het voorwaardelijk in vrijheid stellen van betrokkene uitgesteld met 150 dagen. Dit besluit is mede gebaseerd op een door Inforsa opgesteld reclasseringsadvies. Betrokkene is het niet eens met verschillende onderdelen daarvan en eist rectificatie en verwijdering. (r.o 1.1) Dit wordt afgewezen. (r.o 3.2). "De passage waar het hier om gaat, maakt deel uit van paragraaf 3 Analyse van het delict van het reclasseringsadvies. Die paragraaf begint met een verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof van 17 februari 2022. Vervolgens volgt een als zodanig herkenbaar lang citaat uit een eerder reclasseringsadvies uit augustus 2019 waar de passage deel van uitmaakt. Dat citaat begint met “Betrokkene zou volgens verklaringen in het proces-verbaal”. Verder is in dat citaat onder meer ook vermeld: “Betrokkene zegt dat hij nooit in Club Blue is geweest en dat hij het slachtoffer dus niet heeft kunnen drogeren.” De passage is in het reclasseringsadvies dus niet gepresenteerd als een op zichzelf staand persoonsgegeven, maar moet worden bezien in de context van de hele paragraaf en het daarin opgenomen gehele citaat uit het reclasseringsadvies van augustus 2019. In dat licht zou er alleen reden kunnen zijn voor rectificatie als de passage waar het hier om gaat onjuist zou zijn geciteerd uit het reclasseringsadvies van augustus 2019. Dat is echter niet gesteld en aan de rechtbank ook niet gebleken. Voor rectificatie van deze passage bestaat dus geen grond." (r.o 3.4) Het verzoek om verwijdering van de politiemeldingen die hebben geleid tot een seponering maar wel zijn opgenomen in het reclasseringsadvies wordt ook afgewezen, aangezien de uitzondering ex 17(3)(b) AVG van toepassing zou zijn, nu het een wettelijke taak is van Inforsa om deze gegevens te verwerken, namelijk 'het waarborgen van de veiligheid van de samenleving' de politiemeldingen vormen "daarbij een onmisbaar onderdeel", aldus de rechtbank (r.o 3.6) Rectificatie van het boete-overzicht kan ook achterwege blijven omdat niet uit te sluiten was dat de boete nog open stond op moment van uitbrengen van het advies. (r.o 3.8). Ook het verzoek tot rectificatie van een passage over een gesprek met een medewerkster van de gemeente hoeft niet te worden gerectificeerd aangezien "In dit geval kan op basis van de overgelegde stukken niet worden vastgesteld wat er precies is besproken in het telefoongesprek tussen de reclassering en de medewerkster van de gemeente Capelle aan den IJssel. Daarom kan niet eenvoudig en objectief worden vastgesteld dat de weergave van dat gesprek in het reclasseringsrapport onjuist is. Daar komt nog bij dat wel een e-mail van de medewerkster van de gemeente Capelle aan den IJssel is overgelegd maar niet de e-mail van de advocaat van [verzoeker] waarop zij reageert. Daardoor is onbekend welke vraag er is gesteld en of daarmee, al dan niet onbedoeld, een zekere sturing is gegeven." (r.o 3.10). Als laatste is aangevoerd dat de passage waarin staat dat betrokkene niet heeft gereageerd op het advies gerectificeerd moet worden nu vanwege een landelijke telefoonstoring niet op het reclasseringsadvies kon reageren (r.o 3.11) Echter, er staat vast dat niet is gereageerd, dat is dus juist. Dat Inforsa niet zorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van het advies omdat het niet mogelijk was om te reageren hoeft echter niet in de procedure te worden beoordeeld (r.o 3.12)
    • Rechtbank Den Haag 28 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16243 (Link in Google zoekresultaten naar artikel in De Limburger hoeft niet verwijderd te worden. Geen kennelijke onjuistheden en belangenafweging valt niet in voordeel verzoeker uit.).
      Artikel: 10 AVG, 17 AVG, 21 AVG, 79(2) AVG
      Kort: Rb. Den Haag gaat uitgebreid in op het juridisch kader. Vervolgens overweegt de Rb. dat de verzoeker er niet in is geslaagd aan te tonen dat de gegevens kennelijk onjuist zijn (zie voor opsomming van de onjuistheden r.o. 4.17, deze worden echter door de Rb. een voor een behandeld en afgewezen Rb. r.o. 4.20). Vervolgens moet echter de belangenafweging plaats vinden (r.o. 4.22, waarbij ook de aard van de gegevens, in dit geval strafrechtelijke gegevens (r.o. 4.23) wordt meegewogen. De informatie over het strafrechtelijk verleden is relatief recent (2022) en draagt gelet op het onderwerp (de integriteit van het openbaar bestuur) aan een debat van algemeen belang. (r.o. 4.27) De Rb. volgt Google daarom dat de informatie beschikbaar mag blijven. (r.o. 4.30)
    • Rechtbank Den Haag 9 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19167 (Zoekslag voldoende).
      Artikel: 15 AVG, 15(3) AVG, 5.5 Woo
      Kort: Over het Wpg verzoek is in een andere zaak al behandeld (ECLI:NL:RBDHA:2025:19168). "De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder over meer persoonsgegevens van eiseres zou beschikken dan reeds verstrekt." (r.o. 7.1.). Verzoek om volledige documenten wordt ook niet gehonoreerd. (r.o. 8.2)
    • Rechtbank Den Haag 9 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19168 (Alleen advocaat mag namens betrokkene inzage in politiegegevens krijgen niet een gemachtigde.).
      Artikel: 25 Wpg, 26(3) Wpg, 27(1)(b) Wpg, 27(1)(d) Wpg
      Onderwerpen: politiegegevens
      Kort: Zie over het AVG inzageverzoek van betrokkene ECLI:NL:RBDHA:2025:19167. "De rechtbank overweegt dat uit artikel 26, derde lid, van de Wpg volgt dat alleen een advocaat inzage kan krijgen namens eiseres. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat dit anders is als eiseres zelf inzage wil krijgen en iemand wil meenemen om haar bij te staan." (r.o. 7) Dit levert geen strijd op met beginsel van fair play. Zoekslag is voldoende (r.o. 8-8.1) Weigeringsgronden hier ook goed toegepast volgens rechtbank. (r.o. 10.2)
    • Raad van State 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5323 (Lakken van meldingen die persoonsgegevens van betrokkenen die in verwevenheid met die van derden zijn is rechtmatig. Wissingsrecht kan niet worden ingeroepen om verplichting tot bewaren van dossiers te bewerkstelligen).
      Artikel: 15 AVG, 17(3) AVG
      Kort: Hoger beroep ECLI:NL:RBAMS:2023:3582 (ongepubliceerd). "[appellant] heeft in de periode 2016 tot en met 2017 een conflict gehad dat er toe heeft geleid dat hij zijn woning moest verlaten. Op 26 juli 2021 heeft hij het college verzocht om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens door het college bij het Meldpunt Zorg en Woonoverlast (hierna: het Meldpunt). Volgens [appellant] zijn er in het verleden verschillende meldingen over hem gedaan en is zijn dossier ook besproken tijdens een groot overleg. [appellant] wil een kopie van zijn gehele dossier hebben." (r.o 1) "Het dossier bestaat uit 68 deels gelakte paginas en bestrijkt de periode 3 mei 2016 tot en met 9 maart 2017. Een aantal delen van het verstrekte dossier is zwartgelakt vanwege de bescherming van rechten van derden." (r.o 2) De Afdeling heeft de documenten kennisgenomen van de documenten en de gelakte onderdelen die volgens de Afdeling ofwel geen persoonsgegevens betreffen of persoonsgegevens zijn van de betrokkene die herleidbaar zijn tot derden (r.o 5.2) Het feit dat de betrokkene al weet wie de melders zijn maakt e.e.a. niet anders (r.o 5.3). De Afdeling stelt met verwijzing naar artikel 15(4) en de uitleg van het HvJ EU inzake CRIF (HvJ EU 4 mei 2023, C‑487/21 (Österreichische Datenschutzbehörde), punt 44) dat in dit geval de gemeente terecht heeft mogen lakken. "Die meldingen zijn namelijk tot die derden herleidbaar dan wel in verwevenheid met die van derden verwerkt. De Afdeling is van oordeel dat het college zich daarom op het standpunt heeft mogen stellen dat de belangen van de bescherming van de rechten en vrijheden van derden zwaarder wegen dan het recht op inzage van [appellant]. Het lakken van de meldingen leidt er niet toe dat [appellant] alle informatie wordt onthouden. Anders dan [appellant] in het nadere stuk nog heeft aangevoerd, hoefde het college niet bij elke gelakte melding opnieuw te motiveren waarom de belangen van de bescherming van de rechten en vrijheden van derden zwaarder wegen dan zijn recht op inzage. Die motivering is namelijk voor elke melding gelijk." (r.o 5.4) Artikel 17(3) AVG kan niet worden ingeroepen door betrokkene om een verplichting tot bewaring te bewerkstelligen maar ziet op het recht van wissing van gegevens van de betrokkene (r.o 6.3)
    • Raad van State 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5060 (Beroep recht op vergetelheid inzake lijst van geschorste en geschrapte advocaten door advocaat die zich maand na schorsing van een half jaar heeft laten uitschrijven terecht niet gehonoreerd.).
      Artikel: 8 EVRM, 8a(3) Advocatenwet, 8b Advocatenwet, 17(1)(a) AVG, 17(1)(d) AVG, 17(3)(b) AVG
      Kort: Advocaat werd door Hof van Discipline geschorst voor een half jaar. Daarop is de naam van deze advocaat opgenomen in de openbare lijst van geschorste en geschrapte advocaten van de NOvA. een maand later heeft de advocaat zich laten schrappen van het tableau en sindsdien niet meer werkzaam als advocaat. Daarop is ook verzocht om "ontkoppeling van de lijst met zoekmachines op internet en om wissing van zijn naam van de lijst" op grond van art. 17(1)(a) en (d) AVG. (r.o. 2). Het wissingsverzoek is afgewezen omdat publicatie nodig is voor de vervulling van een taak van algemeen belang. De ABRvS maakt allereerst onderscheid tussen het publiceren van de persoonsgegevens op de lijst en het gepubliceerd houden daarvan. Grondslag voor de eerste is art. 6(1)(c) AVG en het gepubliceerd houden is op grond van art. 6(1)(e) AVG. (r.o. 4). Appellant voerde aan dat bij gebrek aan wettelijke verankering van de tien jaars termijn deze duur een schending van art. 8 EVRM opleverde. De ABRvS overweegt echter "Dat de termijn niet in de wettelijke bepaling genoemd is, maakt niet dat een wettelijke grondslag voor het gepubliceerd houden van [appellant]s gegevens ontbreekt." (r.o. 5.2) Dan met betrekking tot de wissing. De ABRvS herhaalt dat "De preventieve werking van openbaarheid op grond van artikel 8b van de Advocatenwet is ook nog relevant bij een uitgeschreven advocaat." (vgl. ECLI:NL:RVS:2022:569, r.o. 6.2) Gelet op de ernst van het vergrijp is de ABRvS van oordeel dat "de algemene raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het gepubliceerd houden van de persoonsgegevens van [appellant] op de lijst nodig is om het vertrouwen in de integriteit van de advocatuur te herstellen en voor de zuiverende werking binnen de beroepsgroep. Dat [appellant] zich vrijwillig heeft laten schrappen van het tableau doet hieraan niet af." De ABRvS is het voorts eens met de Rb. dat het "niet op de weg van de algemene raad ligt om van alle mogelijke jaren expliciet te motiveren waarom dit geen optie is." Er mocht worden volstaan met "een beoordeling van de vraag waarom hij tien jaar en niet een kortere periode nodig vindt". (r.o. 6.4) In dit geval is de tien jaar termijn niet onredelijk (r.o. 6.5) De doelen kunnen niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige wijze worden verwezenlijkt (r.o. 6.5) Het feit dat de lijst niet meer direct via Google of andere zoekmachines te vinden is wordt meegewogen (r.o. 6.6)
    • Raad van State 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5066 (Verwerken persoonsgegevens door Regio Gooi en Vechtstreek via het jongerenteam dat jongvolwassenen zonder startkwalifcatie worden benaderd is niet onrechtmatig. Geen recht op gegevenswissing. Ook is enkele inbreuk op art. 15 AVG onvoldoende voor schadevergoeding.).
      Artikel: 15 AVG, 17(1)(d) AVG, 4(7) AVG, 6(1)(c) AVG, 82(1) AVG
      Kort: moeder, tevens bewindvoerder van haar zoon, vordert wissing van haar gegevens en die van haar zoon bij Regio. Het wissingsverzoek van haar gegevens wordt gehonoreerd, maar het inzageverzoek en wissingsverzoek in het dossier van haar zoon en wissing van haar zoon's gegevens is afgewezen. Regio had volgens de Rb. het wissingsverzoek mogen weigeren maar niet het inzageverzoek. Allereerst is er de vraag wie hier verwerkingsverantwoordelijke is. Regio of het college van B&W. ABRvS legt in r.o. 4.1. uit hoe de wet kan bepalen wie de verwerkingsverantwoordelijke is. In dit geval is dat Regio en niet het college (r.o. 4.2) Was hier sprake van een wettelijke verplichting voor registratie van de gegevens? Ja volgens de ABRvS, zie r.o. 5.2. Er is ook niet een minder nadelige wijze waarop het doel kan worden bereikt (r.o. 5.3-5.4). De verwerking was rechtmatig, dus niet onrechtmatig. De Rb. had eerder geoordeeld dat ten onrechte geen inzage was verleend aan de moeder/bewindvoerder in de naam die in het persoonsdossier van zoon stond als zijnde zijn vader. De enkele inbreuk was echter niet voldoende voor schadevergoeding. de stelling dat als gevolg daarvan extra gezondheidsklachten als gevolg van stress door langdurige procedures daaromtrent is niet onderbouwd. Daarom geen schadevergoeding (r.o. 6.2)
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7521 (Onduidelijkheid over of verzoek om informatie een AVG-verzoek is en of dit door de VOF of persoon zelf is gedaan.).
      Artikel: 15 AVG
      Onderwerpen: FSV
      Kort: Informatieverzoek is ingediend namens een VOF. Eiser geeft aan dat hij namens zijn voormalige eenmanszaak een informatieverzoek heeft gedaan in FSV registratie. "Uit het verzoek blijkt dat eiser informatie wenst over zijn voormalige eenmanszaak [VOF] . Uit de stukken en dit is ter zitting bevestigd door eiser blijkt niet dat eiser bedoeld heeft namens [VOF] informatie te vragen. De VOF staat ook niet vermeld in het voornoemde uittreksel." (r.o 6) Het verzoek is opgevat als een AVG verzoek, maar dat heeft betrokkene zelf niet zo gezegd. "Gelet hierop had het op de weg van de minister gelegen om bij eiser te informeren hoe zijn verzoek gekwalificeerd diende te worden. Door het verzoek aan te merken als een AVG-verzoek kon de minister een aantal van de door eiser gestelde vragen, namelijk 3 en 4, immers niet beantwoorden omdat op voorhand al duidelijk is dat deze niet binnen de reikwijdte van de AVG vallen. Bovendien behoorde een andere kwalificatie, bijvoorbeeld als een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) ook tot de mogelijkheden. Of de informatie op grond van de Woo dan vervolgens aan eiser verstrekt kon worden of niet, doet daar niet aan af." (r.o 6.1) "6.2. De minister heeft toegelicht dat hij het verzoek als een AVG-verzoek namens de rechtspersoon heeft aangemerkt, omdat de zoekslag in FSV wordt gedaan op het Burgerservicenummer (BSN). Een eenmanszaak wordt geregistreerd onder het BSN van de oprichter van de eenmanszaak. Eiser zou de gegevens over de eenmanszaak indien die werden aangetroffen hebben vernomen via het inzageverzoek voor hem persoonlijk. Eiser heeft een dergelijk verzoek gedaan en op dat inzageverzoek is bij besluit van 26 maart 2024 een beslissing afgegeven.2 Om die reden is het verzoek van eiser dus opgevat als een verzoek namens een rechtspersoon. Deze toelichting wat er ook van zij heeft de minister pas gelijktijdig met het nemen van het bestreden besluit met zijn (informerende) brief van 29 april 2024 aan eiser gegeven. Ter zitting is aangegeven dat deze brief geen onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit en slechts moet worden gezien als een informatiebrief. De brief gaat echter wel in op door eiser in zijn verzoekschrift gestelde vragen en geeft een toelichting waarom de gevraagde informatie niet kan worden verstrekt. 6.3 Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister met het besluit van 13 maart 2024 gelet op het voorgaande niet op eisers informatieverzoek van 27 februari 2024 beslist."
    • Rechtbank Rotterdam 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13134 (Inzageverzoek, niet aannemelijk dat er meer is verwerkt.).
      Artikel: 15 AVG
      Kort: Inzageverzoek nadat via de Rijksdienst voor identiteitsgegevens is achterhaald dat de gemeente Rotterdam inzage heeft gehad in betrokkene's BRP registratie. De gemeente heeft echter de loggegevens na 18 mnd verwijderd en stelt dat het 'meest aannemelijk is' dat de inkijk 'per ongeluk is gebeurd'. (r.o 2.2) "De rechtbank acht de mededeling van het college dat er in de doorzochte systemen niet meer persoonsgegevens zijn verwerkt dan is vermeld niet ongeloofwaardig." (r.o 5.2)
    • Raad van State 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5088 (Inzageverzoek bij belastingdienst mocht beperkt worden opgevat.).
      Artikel: 15(3) AVG
      Onderwerpen: FSV
      Kort: Hoger beroep ECLI:NL:RBAMS:2023:625. Betrokkene zou niet hebben verzocht om informatie die FIOD over hem heeft verwerkt. 'Bij de Belastingdienst' mocht beperkter worden opgevat, namelijk binnen de directie MKB gebruikte applicaties, aangezien de betrokkene als (voormalig) DGA valt onder de competentie van die directie (r.o. 5.1.) Voorts overweegt de ABRvS dat betrokkene : "niet kan bereiken dat hij inzage krijgt in fiscale dossiers van rechtspersonen en dat de minister een zoekslag gaat doen aan de hand van een door [appellant] opgestelde lijst met namen van derden. Artikel 15 van de AVG geeft [appellant] alleen het recht op inzage in de eigen persoonsgegevens, niet in die van anderen of in de gegevens van rechtspersonen." (r.o. 6.1)
    • Raad van State 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5083 (Recht op rectificatie kan niet worden ingeroepen inzake een bedrag dat de Belastingdienst te vorderen zou hebben van betrokkene waarover nog getwist wordt.).
      Artikel: 4(1) AVG, 5(1)(d) AVG, 16 AVG
      Kort: Hoger beroep ECLI:NL:RBOBR:2024:3402. Betrokkene wil met een beroep op artikel 16 AVG bereiken dat de Belastingdienst in haar systemen de volgens hem verrichte betalingen erkent en verwerkt, zodat die worden afgeboekt van zijn belastingschuld.De ABRvS overweegt allereerst "dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat een bedrag geen persoonsgegeven kan zijn." (...) "Zoals ook staat vermeld in de brochure van de Belastingdienst, zijn financiële gegevens van een persoon die de Belastingdienst verwerkt, persoonsgegevens" (r.o. 6.1.) Met betrekking tot het recht op rectificatie overweegt de ABRvS als volgt : "De Afdeling overweegt dat artikel 16 van de AVG de betrokkene het recht geeft tot correctie of aanvulling als de persoonsgegevens onjuist of onvolledig zijn. De onjuistheden moeten wel eenvoudig en objectief zijn vast te stellen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het in artikel 16 van de AVG opgenomen correctierecht niet is bedoeld om indrukken, meningen, onderzoeksresultaten en conclusies waarmee betrokkene zich niet kan verenigen, te corrigeren of te verwijderen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 24 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2006). De minister heeft toegelicht dat het bedrag dat [appellant] wil laten registreren berust op een fiscale duiding van een mogelijke pensioenaanspraak en de verwerking van een kennelijk daarop gestoelde vordering door de ontvanger in het licht van al dan niet aanwezige belastingschulden. Omdat de Belastingdienst een ander oordeel heeft over deze fiscale duiding, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het bedrag niet voor rectificatie in de zin van artikel 16 van de AVG in aanmerking komt. Een verzoek om vervollediging van persoonsgegevens is in dit geval pas aan de orde nadat in de daarvoor bedoelde procedure is komen vast te staan dat het bedrag feitelijk bestaat." (r.o. 6.1)
    • Rechtbank Gelderland 20 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8764 (De wijze waarop de gemeente haar systemen inricht en persoonsgegevens verwerkt is geen persoonsgegeven en dus niet voor rectificatie vatbaar.).
      Artikel: 16 AVG
      Onderwerpen: GIR-registratie
      Kort: "In het Gemeentelijk Incidenten Registratiesysteem (GIR) van de gemeente waren persoonsgegevens van eiseres verwerkt. Het college heeft de GIR-registratie verwijderd, maar het college beschikt nog wel over de gegevens zoals deze voor de verwijdering in het GIR waren opgenomen.1 Eiseres wil dat deze gegevens worden teruggeplaatst in het GIR en heeft daarom, op 17 juli 2024, op grond van artikel 16 van de AVG een rectificatieverzoek ingediend." (r.o. 3) dit is afgewezen (r.o. 3.1.) Terecht volgens de rechtbank. "Het college stelt terecht dat het rectificatierecht van artikel 16 van de AVG enkel strekt tot het corrigeren dan wel aanvullen van de persoonsgegevens zelf. Vaststaat dat het college de GIR-registratie heeft verwijderd. Anders dan eiseres suggereert, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat er desondanks nog gegevens van eiseres in het GIR zijn opgenomen die kunnen worden aangevuld. De rechtbank is verder van oordeel dat het ongewijzigd terugplaatsen van (al dan niet terecht) verwijderde persoonsgegevens niet valt onder de reikwijdte van artikel 16 van de AVG. De wijze waarop de gemeente haar systemen inricht en persoonsgegevens verwerkt is geen persoonsgegeven zoals bedoeld in artikel 4, aanhef en onder a, van de AVG. Het doel van artikel 16 van de AVG is om een betrokkene in staat te stellen om onjuiste persoonsgegevens te corrigeren dan wel onvolledige persoonsgegevens aan te vullen, en niet om een persoon in staat te stellen om te bepalen hoe de verwerking van persoonsgegevens verloopt."
    • Rechtbank Den Haag 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19044 (Geen belang bij inzage ex art. 194 Rv.).
      Artikel: 194 Rv
      Onderwerpen: Inzage
      Kort: Politie is woning van eiser binnengetreden dit onterecht. Er was geen vuurwapen aanwezig, daar was een mutatierapport van opgemaakt. waarin melding van een MMA-melding (Meld Misdaad Anoniem) werd gemaakt Eiser vorderde inzage daarin o.g.v. 194 Rv. Het was echter niet de MMA-melding maar de verklaring van een persoon die de politie n.a.v. de MMA-melding had bezocht die aanleiding voor de binnentreding vormde. Daarom is niet aannemelijk gemaakt wat het belang bij inzage is.
      Extra opmerking : Heel vriendelijk dat de rechtbank screenshots van delen van de verschillende documenten opneemt in de beslissing, maar de kwaliteit daarvan is dusdanig laag dat je je kunt afvragen wat de meerwaarde hiervan is (zie r.o. 2.5)
    • Rechtbank Den Haag 29 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20030 (Wijziging registratie in boedelregister moet eerst via verwerkingsverantwoordelijke dan via verzoekschriftprocedure. Niet direct.).
      Artikel: 35 UAVG, 47 UAVG
      Kort: Registratie in het boedelregister is niet juist volgens eiseres. Dat hoort echter niet in deze procedure thuis maar daarvoor dient de betrokkene eerst zich tot de verwerkingsverantwoordelijke (hier de griffier van de Rb. Den Haag) te melden. (r.o. 4.7-4.8). Daarom in deze zaak niet-ontvankelijk in de civiele verzoekschriftprocedure bij de Rb.
    • Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1073 (Inzage ex art. 843a Rv (oud)).
      Artikel: 843a (oud) Rv
      Onderwerpen: Inzage
      Kort: Inzage verzoek op de voet van art. 843a Rv (oud). P-G De Bock geeft de overwegingen weer van het Hof inzake de vraag wat te doen met de gegevens voor zover deze vallen onder de AVG maar gaat daar zelf niet verder op in. (r.o. 3.26)
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5709 (Weigering inzage in niet aangepaste verweerschrift en raadsrapport van de raad voor de kinderbescherming aan vader in dit geval noodzakelijk voor de persoonlijke levenssfeer van kind en moeder te eerbiedigen.).
      Artikel: 811 Rv
      Kort: Zie r.o. 2.3.
    • Raad van State 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5350 (Verzoek om toezending dossier is geen besluit in de zin van de Awb nog een AVG-verzoek.).
      Artikel: 1:3 Awb
      Onderwerpen: Inzage
      Kort: Hoger beroep ECLI:NL:RBDHA:2023:3236. Verzoek betrokkene om toezending van alle correspondentie, betaaloverzichten en aanvragen met betrekking tot haar kinderopvangtoeslag voor het jaar 2016 (r.o 1) Dit kwam niet en toen is een ingebrekestelling verstuurd aan Dienst Toeslagen en is haar medegedeeld dat deze ten onrechte was verstuurd. Hiertegen is bezwaar gemaakt dat ongegrond werd verklaard. Ook de rechtbank heeft het ongegrond verklaard nu verstrekking van een dossier geen besluit in de zin van 1:3 Awb is. (r.o 2) "Het verzoek om een volledig dossier te verstrekken kan volgens de rechtbank ook niet worden gekwalificeerd als een verzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: de AVG) om kennisname (van de verwerking) van persoonsgegevens." (r.o 2) De Afdeling volgt daarin de rechtbank. Dat het een AVG-verzoek zou zijn is pas in bezwaar voor het eerst aangevoerd terwijl er in het verzoek zelf niets over persoonsgegevens staat (r.o 5 ). Verder is de Afdeling het eens dat een verzoek om verstrekking van een dossier een feitelijke handeling is en dus geen besluit en de dwangsomregeling dus ook niet van toepassing is. (r.o 5)
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 september 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5882 (Analoge toepassing art. 811 Rv op anderen dan daarin opgenomen partijen gaat niet op. Hier weegt ook art. 6 EVRM recht van vader zwaarder dan art. 8 EVRM recht van moeder.).
      Artikel: 5.1(2)(e) Woo, 6 EVRM, 8 EVRM, 811(2) Rv
      Onderwerpen: Inzage
      Kort: De kinderrechter heeft met (analoge) toepassing van art. 811(2) Rv geoordeeld dat de vader inzage kreeg in de brief van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (SAVE) maar wel bepert, ofwel zonder privacygevoelige stukken over het verleden van de moeder. Ook zijn andere stukken overlegd aan de Rb. maar maar beperkt of net gedeeld met de vader. (r.o. 5.6) Het Hof overweegt echter anders. Art. 811 Rv heeft geen betrekking op stukken die anderen dan de daarin opgenomen partijen inbrengen. De Woo is hier ook niet van toepassing, en weegt het recht van de moeder niet zwaarder dan het recht van de vader om op grond van art. 6 EVRM kennis te nemen van de stukken. r.o. 5.7.
  • Gegevensverwerking in de strafrechtelijke context
    • Gerechtshof Amsterdam 3 november 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2953 (Marengo. Ennetcom- en PGPSafe-gegevens.).
      Artikel: 7 Hv, 8 Hv, 52 Hv
      Kort: Onderzoek Marengo. Specifiek punt werd gemaakt van de verkrijging en verwerking van van Ennetcom- en PGPSafe-gegevens (uit Canada) en de daarop gebaseerde forensische analyse (Hansken). Vanaf r.o. 4.2 wordt uitgebreid ingegaan op de rechtmatheid van het PGP-bewijs. Zo overweegt het hof dat de e-Privacyrichtlijn niet van toepassing is nu deze richtlijn van toepassing op de openbare communicatiediensten en -netwerken in de Gemeenschap en niet Canada (r.o 3.6.5). “Het hof heeft geoordeeld dat de inbeslagname en de overdracht van de Ennetcom-data weliswaar een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de gebruikers opleveren, maar dat geen sprake is van een schending van artikel 8 EVRM vanwege het onderzoek aan de betreffende data en het gebruik van een deel van die data voor de strafrechtelijke onderzoeken in deze zaak.” (r.o 3.4) Het beroep op artikel 7, 8 en 52 Hv mede onder verwijzing naar HvJ EU 4  oktober 2024, zaak C-548/21, ECLI:EU:C:2024:830 (CG/Bezirkshauptmannschaft Landeck) strandt ook (r.o 3.5.1-3.5.4)
    • Rechtbank Midden-Nederland 3 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5658 (Onderzoek 3CC4ASTREA. Phishing-as-a-service provider LabHost.).
      Onderwerpen: phishing
    • Rechtbank Limburg 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:9997 (Onderzoek aan telefoon zonder voorafgaande toestemming r-c. Constatering vormverzuim.).
      Kort: r.o. 4.3.1.
    • Gerechtshof Den Haag 20 oktober 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2202 (Misbruik van identificerende persoonsgegevens en wraakporno).
      Artikel: 231b Sr
      Kort: Bewezenverklaring. Ten aanzien van misbruik van identificerende persoonsgegevens en wraakporno zie Parketnummer 09-307351-23 onder 1 en 2.
    • Rechtbank Amsterdam 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7675 (Verzoeken tot inzage in EncroChat en SkyECC gegeven t.v.b. toetsing daarvan in strijd met internationale vertrouwensbeginsel).
      Onderwerpen: EncroChat, SkyECC, Interstatelijk Vertrouwensbeginsel
      Kort: "Anders gezegd, het recht van de verdediging om in de gelegenheid te worden gesteld om methoden en resultaten van onderzoek te betwisten, valt niet samen met een ongeclausuleerd recht om deze te controleren. Van de zijde van de verdediging zal gemotiveerd duidelijk gemaakt moeten worden naar welke informatie en/of gegevens zij precies op zoek is en wat de relevantie daarvan in de onderliggende strafzaak is. Het zo mogelijk voorkomen van fishing expeditions vormt onder omstandigheden dan ook een beperking van het recht op toegang."
    • Rechtbank Den Haag 29 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19549 (Onderzoek Echinops. Geen vormverzuimen of andere onrechtmatigheden bij het verwerken van Encrochat-data).
      Artikel: 8 EVRM
      Onderwerpen: EncroChat
      Kort: Zie kopje 'Onrechtmatige verwerking Encrochat gegevens en schending van het recht op private life?'
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6901 (GrapheneOS installeren op telefoon weegt mee bij onttrekken aan verkeer van telefoons.).
      Kort: De Google Pixeltelefoons met GrapheneOS mogen worden ontrroken aan het verkeer. GrapheneOS "is een open-source, privacy- en beveiligingsgericht besturingssysteem dat op Pixel-apparaten kan worden geïnstalleerd door de originele software van Google te vervangen en biedt een hogere mate van beveiliging. Dat betekent dat verdachte een aparte handeling heeft moeten uitvoeren om dit besturingssysteem op de toestellen te installeren. De rechtbank acht daarom aannemelijk dat (een deel van) de bewezenverklaarde feiten zijn begaan met behulp van de inbeslaggenomen telefoons." (r.o. 8)
    • Hoge Raad 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1510 (Art. 81 RO oordeel Hoge Raad inzake misbruik maken van identificerende persoonsgegevens.).
      Artikel: 81 RO, 231b Sr
      Kort: 81 RO zaak HR. Hoger beroep van ECLI:NL:GHSHE:2023:1356 (niet-gepubliceerd). Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:743.
  • Financiële context
    • Rechtbank Amsterdam 9 maart 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:8860 (Bank mag zelf onderzoek doen voordat het klantinformatie deelt met derde. Belangenafweging.).
      Kort: r.o. 4.17 : "(...) ABN AMRO voert namelijk terecht aan dat zij niet zomaar gehouden kan worden om vertrouwelijke informatie van haar klanten te verstrekken, bij gebreke waarvan zij onrechtmatig jegens een derde die om deze informatie verzoekt zou handelen. De bescherming van deze gegevens is een zwaarwegend belang waaraan zij niet zonder meer voorbij kan gaan. Ook niet in het geval van een melding van fraude, zoals hier het geval was. ABN AMRO mag dus enige tijd nemen om eerst zelf onderzoek te doen naar de fraude en de mogelijke betrokkenen voordat zij overgaat tot het verstrekken van de gevraagde informatie. Vervolgens diende zij een belangenafweging te maken tussen het belang van Immo Azureen bij de gevraagde informatie en de bescherming van de privacy van haar klanten. Dat ABN AMRO niet direct is overgegaan tot het verstrekken van de gevraagde informatie maakt in de gegeven omstandigheden niet dat zij onrechtmatig jegens Immo Azureen heeft gehandeld. (...)"
    • Gerechtshof Amsterdam 11 november 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3008 (IVR en EVR registraties mogen blijven gehandhaafd).
      Onderwerpen: EVR, IVR
      Kort: Over IVR zie r.o 6.9. De EVR-registratie wordt daarna behandeld en leidt ook niet tot schrapping (r.o 6.14)
    • Rechtbank Gelderland 8 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:8296 (Geen verwijdering uit Interne Informatiesysteem van Interpolis omdat opzettelijk onjuiste informatie is verstrekt door klant).
      Kort: r.o. 4.12
    • Rechtbank Midden-Nederland 22 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5035 (IVR registratie mag.).
      Onderwerpen: IVR
      Kort: r.o. 3.25 "Het beëindigen van de bankrelatie met [eiseres sub 1] vanwege het niet kunnen afronden van het klantonderzoek levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter een gebeurtenis op waarvan Rabobank mag vinden dat die aandacht behoeft of een risico vormt."
    • Rechtbank Amsterdam 4 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6751 (BKR-regstratie blijft bestaan.).
      Artikel: 21(1) AVG
      Onderwerpen: BKR
      Kort: Er is sprake van een langdurige en nog steeds (op)lopende achterstand. (r.o. 4.8). Zwaarwegende belangen bij verwijdering zijn niet aangetoond (r.o. 4.9)
    • Rechtbank Midden-Nederland 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5484 (Geen verwijdering van BRK registratie na belangenafweging).
      Onderwerpen: BKR
      Kort: A-3 codering in CKI blijft.
  • Woo
    • Rechtbank Amsterdam 22 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7050 (Woo. Meer weggelakt dan enkel passages die met verwijzing naar eerbiediging van persoonlijke levenssfeer gelakt mochten worden. Onduidelijk voor eiseressen en derden.).
      Onderwerpen: Woo
      Kort: Woo. Weigeringsgronden onjuist toegepast. "De rechtbank constateert echter ook dat in de betreffende passages van bovengenoemde documenten er meer informatie is gelakt dan alleen persoonsgegevens. De passages betreffen passages uit documenten die al zijn beoordeeld en eerder op de documentenlijst met de toegepaste weigeringsgronden staan vermeld. Zo is document 0006 een antwoord op een e-mail met documentnummer 0005, welk document verweerder ook heeft beoordeeld. In document 0006 heeft verweerder de inhoud van de e-mail onleesbaar gemaakt met een geel vlak met daarin een IDnummer en de bewoordingen e-grond. De staatssecretaris heeft ter zitting toegelicht dat dit is gedaan met het oog op de overzichtelijkheid. De rechtbank constateert dat de tekst onder het gelakte vlak in documentnummer 0006 precies overeenkomt met de tekst in documentnummer 0005. Voor eiseressen en derden is dat niet kenbaar. Deze onder het gele vlak verborgen tekst in document 0006 bevat niet slechts persoonsgegevens en mochten daarom niet op de e-grond worden geweigerd. De stelling van eiseressen dat het niet juist kan zijn dat de hele tekst onder het gele vlak mocht worden geweigerd met toepassing van de e-grond is dan ook juist. De rechtbank is van oordeel dat het besluit in zoverre onvoldoende is gemotiveerd en voor vernietiging in aanmerking komt." (r.o. 6.2)
    • Rechtbank Midden-Nederland 18 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5279 (Woo-verzoek. Weglakken delen uit interviews met brandweerpersoneel terecht.).
      Artikel: 5.1(1)(d) Woo, 5.1(2)(e) Woo
      Onderwerpen: Woo
      Kort: Woo-verzoek over transcripties van interviews met brandweerpersoneel waaraan gerefereerd wordt in een onderzoeksrapport over een gasexplosie in Bilthoven. Het weglakken van delen daaruit is terecht volgens de Rb. "De interviews vonden namelijk relatief kort na het incident plaats en er kwamen veel emoties los. De geïnterviewden vertelden daarbij over hun persoonlijke indrukken en angsten die zij hadden tijdens het incident." (r.o. 8) de toegezegde vertrouwelijkheid speelt ook mee en zorgen dat personeel dan niet meer wil meewerken in de toekomst (r.o. 9)
    • Raad van State 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5067 (Wob verzoek gemeente Amsterdam over de aanwezigheid en het gebruik van o.a. gegevens betreffende (dubbele) nationaliteit van personen die een uitkering onder de Participatiewet hebben ontvangen).
      Onderwerpen: Woo
      Kort: Woo verzoek. In deze zaak vordert [appellante] op grond van de Wob in 2022 informatie over de aanwezigheid en het gebruik van gegevens betreffende (dubbele) nationaliteit, afkomst, geboorteplaats en andere persoonsgegevens in systemen van de Gemeente Amsterdam met betrekking tot personen die een uitkering onder de Participatiewet hebben ontvangen, en de wijze waarop een vordering wordt vastgesteld indien de gemeente Amsterdam meent dat er teveel is betaald. Zoekslag gemeente was onvoldoende. "Hoewel de Afdeling het gezien de toelichting van het college, net als de rechtbank, in beginsel voldoende aannemelijk acht dat bij de afdeling die gaat over terugvordering geen gebruik wordt gemaakt van lijsten met bijzondere persoonsgegevens of algoritmes, is die enkele constatering niet voldoende om aan te nemen dat er afgezien van de beleidsregels geen documenten binnen de gemeente bestaan over dit onderwerp. Ook voorafgaand aan deze beleidsregels moeten er al bepaalde werkwijzen zijn ontwikkeld, waarbij mogelijk wél gebruik werd gemaakt van bijzondere persoonsgegevens of algoritmes maar waarin nu geen inzicht is gegeven." (r.o. 5.2.)
    • Rechtbank Gelderland 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:9165 (Woo. Weglakken was terecht. Weghalen naam burgemeester was eenmalige kennelijke vergissing).
      Artikel: 5.1(2)(e) Woo
      Onderwerpen: Woo
      Kort: Zwartgelakte informatie van ambtenaren die onder de verantwoordelijkheid van het college werken mocht geweigerd worden (r.o 6.1.1). Het per abuis zwartlakken van de naam van de burgemeester is een kennelijke vergissing. "De rechtbank gaat er vanuit dat het college dit zal corrigeren en ziet in deze kennelijke vergissing geen grond om deze beroepsgrond te laten slagen." (r.o 6.1.2)
    • Rechtbank Amsterdam 9 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3048 (Woo verzoek strekkende openbaarmaking volledig Hoffmann rapport in Arib-zaak).
      Onderwerpen: Woo
      Kort: Het Woo-verzoek ziet op openbaarmaking van het volledig feitenonderzoek door het onderzoeksbureau. De samenvatting was al openbaar nl. Persoonlijke levenssfeer weegt zwaarder dan belang van openbaarmaking enkele hoofdstukken rapport. (r.o. 12) Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2025:3049 (oude ECLI nummer van dezelfde zaak?)
    • Raad van State 24 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5114 (Geheimhouding en lakken persoonsgegevens in woo-documenten.).
      Onderwerpen: Woo
      Kort: r.o. 4. Het lakken en geheimhouden van de gegevens zorgt niet dat kennis van de inhoud van de documenten waarop het woo-verzoek betrekking heeft kan worden genomen.
  • Geheimhouding
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7319 (Strafrechtelijke en financiële gegevens van derden rechtvaardigen beperkte kennisneming).
      Artikel: 8:29 Awb
      Kort: Zie r.o. 4
    • College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 oktober 2025, ECLI:NL:CBB:2025:581 (Verzoek om beperking van kennisneming niet gerechtvaardigd.).
      Artikel: 8:29(3) Awb
      Kort: Afgewezen, zie r.o. 4. "Het betreft gegevens die reeds uit het procesdossier blijken en die bij [naam 1] als bekend kunnen worden verondersteld of daaruit op eenvoudige wijze kunnen worden herleid, te weten naam, voornamen, geboortedatum, geboorteland, nationaliteit, woonadres, postcode en woonplaats, woongemeente en landpersoonsgegevens."
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7516 (Anonimiteit van inspecteur (ofwel procesvertegenwoordiger in de zaak) betreffende aangaande soevereinen afgewezen.).
      Artikel: 8:29 Awb
      Kort: Geheimhouding afgewezen, zie r.o. 2.7. Dreiging in het algemeen is onvoldoende in specifiek geval. Niet duidelijk is dat belanghebbende tot de groep waaruit de dreiging voortvloeit behoort. Zij weerspreken dit ook.
    • College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:560 (Geheimhoudingsbeslissing. Namen en emailadressen en functiebenaming RDV werknemers).
      Artikel: 8:29(3) Awb
      Kort: Geheimhoudingsbeslissing. Over stukken van de ACM, met name de correspondentie met de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDV). Het gaat in het bijzonder de namen van de personen die bij de RDV werkzaam zijn alsmede emailadres en functiebenaming waaruit de identiteit kan worden afgeleid. Beperking van de kennisneming van gerechtvaardigd is. (r.o. 4)
  • Overig
    • Rechtbank Den Haag 5 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20799 (Jackpot bij Holland Casino ging in lucht op? De camerabeelden zijn helaas inmiddels vernietigd).
      Onderwerpen: cameras
      Kort: "Tijdens het spelen op de speelautomaat kan het bonusspel worden geactiveerd, waarmee de speler kans maakt op een geldbedrag of op de Mega Millions Jackpot, de Grand Jackpot of de Major Jackpot. In het bonusspel krijgt de speler de gelegenheid om op een aantal luchtbellen te drukken (hierna ook: drukmomenten), waarna er een geldbedrag of een jackpot-vignet onthuld wordt. Wanneer de speler drie dezelfde jackpot-vignetten in het bonusspel heeft, wint hij die betreffende jackpot." (r.o 2.5) Eiser stelt na twee dezelfde luchtbellen te hebben gezien dat de derde ook op een jackpot landde, maar precies op dat moment ontstond er een storing in de speelautomaat. (r.o 3.2) Nadat het was herstart door een medewerker van Holland Casino was eiser z'n oorspronkelijke (gunstige) spelpositie kwijt. Hij vroeg om de camerabeelden maar kreeg die niet direct te zien. Toen eiser later nogmaals om inzage in de camerabeelden verzocht, had Holland Casino de camerabeelden al vernietigd (conform haar camerareglement dat door de AP was goedgekeurd), namelijk na afloop van zeven dagen. (r.o 4.5-4.6) "De rechtbank acht de verklaring van Holland Casino over het conform haar camerareglement vernietigen van de camerabeelden aannemelijk en ook begrijpelijk. Voor zover [eiser] heeft bedoeld te betogen dat het na zeven dagen vernietigen van de camerabeelden op zichzelf een tekortkoming dan wel onrechtmatigheid oplevert, gaat de rechtbank daar dan ook niet in mee." (r.o 4.9) Hierdoor is eiser wel in zijn bewijspositie benadeeld wat een (in samenhang met andere reden) leidt tot een verzwaarde motiveringsplicht. (r.o 4.10)
    • Raad van State 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5497 (Onrechtmatige verwerking in persoonsgerichte aanpak van gemeente leidt niet tot schadevergoeding. Verbetering gronden onrechtmatigheid.).
      Artikel: 82 AVG
      Onderwerpen: persoonsgerichte aanpak
      Kort: Hoger beroep ECLI:NL:RBMNE:2023:6960. De pga is een samenwerkingsverband tussen gemeenten in de regio Midden-Nederland, politie, justitiële en zorginstellingen. De pga beoogt een geïntegreerde benadering van inwoners die de openbare orde verstoren of de veiligheid van henzelf of die van anderen bedreigen. (r.o 2) Een privacyregelemnt is daarop van toepassing (r.o 3) De betrokkenen geven aan dat ze ten onrechte in de pga zijn opgenomen, maar de burgemeester vindt van niet (r.o 6). Er is hen inzage in de geanonimiseerde pga-dossiers gegeven (r.o 7) half 2021 is de plaatsing in de pga beëindigd en hebben betrokkenen de rechtbank de burgemeester te veroordelen tot het vergoeden van schade door schending van de AVG. (r.o 9) De rechtbank is het eens met de betrokkenen dat de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de pga onrechtmatig was nu niet vast is komen te staan dat het doel niet in redelijkheid op een andere minder nadelinge wijze kon worden verwezenlijkt (r.o 11) Het protocol uit het Privacyreglement is niet gevolgd (r.o 12). Geen schadevergoeding echter, nu het causaal verband niet is aangetoond en de schade zelf onvoldoende onderbouwd. (r.o 13) Met verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2024:2715 toetst de Afdeling allereerst de rechtmatigheid. Anders dan de rechtbank stelt de Afdeling dat er wél een grond voor de registratie bestond (r.o 17-22). Dit leidt echter niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank (r.o 23) Zo heeft een van de betrokkenen terecht de vraag opgeworpen "of de burgemeester de informatie mocht verwerken dat hij onder behandeling was bij GGZ Centraal. De burgemeester heeft op de zitting toegelicht dat deze mededeling mocht worden verwerkt, gelet op het doel van de pga, waarbij een geïntegreerde aanpak, waarbij ook zorginstellingen zijn betrokken, uitgangspunt is, en dat dit niet in strijd is met de AVG. Hiermee staat echter niet vast of die verwerking in dit geval ook noodzakelijk was en of de burgemeester dit gegeven in redelijkheid mocht verwerken." (r.o 25) Dan wat betreft de onrechtmatige verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens : "De Afdeling stelt vast dat de pga-verslagen in het dossier, en de stukken waarop 8:29 van de Awb van toepassing is, geen grond bieden voor het oordeel dat medische persoonsgegevens zijn verwerkt binnen het pga-overleg. Daar staat tegenover dat in de brief van GGZ Centraal van 4 februari 2020 is vermeld dat ten onrechte op regelmatige basis in het dossier is gekeken en gegevens zijn gedeeld zonder toestemming en noodzaak. Het is daarom niet uitgesloten dat medische persoonsgegevens zijn verwerkt. Ook mondelinge overdracht van gegevens is verwerking in de zin van artikel 2, eerste lid, en artikel 4, punt 2 van de AVG, omdat de medische informatie in een bestand (het medisch dossier) is opgenomen (Zie het arrest van het Hof van Justitie van 7 maart 2024 in zaak C-740/22, ECLI:EU:C:2024:216)." (r.o 29). Desalniettemin hebben betrokkenen niet voldaan aan de bewijslast van het bestaan van schade, de omvang daarvan en het causaal verband. (r.o 30). In dit geval stellen betrokkenen dat ze veel stressklachten en reputatieschade in de buurt ondervinden. Ook zijn medische stukken ter onderbouwing overlegd. Voorts wordt gesteld dat zij materiële schade in de vorm van extra vervoerskosten hebben gemaakt omdat ze zich genoodzaakt zagen naar een ander ziekenhuis te gaan wegens de vertrouwensbreuk met GGZ Centraal (r.o 31). De Afdeling stelt echter dat betrokkenen niet "aan de hand van voldoende concrete gegevens aannemelijk gemaakt dat zij immateriële schade hebben geleden door de gestelde onrechtmatige gegevensverwerking." (r.o 33) De medische verklaring was van voor het opnemen in de pga, en er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat bestaande klachten zijn verergerd door het handelen van de burgemeester als verwerkingsverantwoordelijke (r.o 33). De reputatieschade is niet het gevolg van de verwerking van pgg door de burgemeester, nu uit niets blijkt dat de gegevens buiten het pga-overleg zijn gedeeld (r.o 34) De vervoerskosten kunnen voorts niet worden verhaald nu deze niet het gevolg van de gegevensverwerking door de burgemeester zijn. (r.o 35) Kortom, het verzoek om schadevergoeding is terecht afgewezen. De gronden van de rechtbank worden wel verbeterd. (r.o 36)
    • Gerechtshof Amsterdam 28 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2886 (Tijdelijke schorsing dwangsommen van BoF in Pay-or-okay zaak tegen Meta.).
      Onderwerpen: DSA
      Kort: Zaak Bits of Freedom tegen Meta. Hof geeft Meta wat langer de tijd om de structurele aanpassingen die nodig zijn om de vereiste aanpassingen door te voeren (tot 31 december 2025) (r.o. 2.7) De dwangsom gaat onverkort gelden vanaf 1 januari 2026 indien nodig. (r.o. 2.8)
    • Rechtbank Limburg 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:10356 (Volledig anonieme vordering tot schadevergoeding in strafproces n-o).
      Kort: "In het onderhavige geval heeft de benadeelde partij onder [nummer] op 16 juni 2025 een geheel anonieme vordering tot schadevergoeding ingediend. Zowel in het proces-verbaal als in de vordering en in de stukken die ter onderbouwing zijn overgelegd zijn de naam en geboortedatum niet vermeld respectievelijk weggehaald, waardoor niet kan worden vastgesteld of de benadeelde partij dezelfde is als het slachtoffer van de bedreiging en de mishandeling, noch of de in de vordering vermelde schade ook daadwerkelijk is geleden door de benadeelde partij en evenmin of de schade rechtstreeks is toegebracht door de bewezenverklaarde gedragingen. Gezien het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering." Zie ook verwijzing naar Hof Arnhem-Leeuwarden 11 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4289
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 oktober 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7070 (Geen spoedeisend belang bij voorlopige voorziening).
      Kort: Onvoldoende spoed ook al zou er sprake zijn van een (mogelijke) schending van het recht op bescherming van persoonsgegevens aangezien er volgens verzoeker sprake is van onrechtmatig verkregen en onjuiste gegevens. "De belangen die verzoeker stelt zien voor het merendeel op toekomstige onzekere gebeurtenissen, zodat daar geen actueel belang aan ontleend kan worden. Verder kan, zonder nadere onderbouwing, niet worden ingezien in hoeverre er op dit moment al sprake is van reputatieschade of onherstelbare gevolgen."
    • Rechtbank Den Haag 26 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18960 (Verzoek verwijdering signalering in Register Paspoortsignaleringen afgewezen).
      Onderwerpen: Register Paspoortsignaleringen
      Kort: Signalering in het Register Paspoortsignaleringen (RPS), door de Belastingdienst die stelt nog een vordering van ruim 7 ton op betrokkene te hebben. (r.o. 2.4) "Daarbij heeft de Belastingdienst onder meer meegedeeld dat pas als een vordering onherroepelijk is en er in Nederland geen verhaalsmogelijkheid is, wordt overgegaan tot paspoortsignalering." (r.o. 2.11) Het is niet evident onrechtmatig dat betrokkene is geregistreerd. Daarom geen voorlopige voorziening. (r.o. 6.2-6.4)
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6528 (Verbod vrouw van (voormalig) twentse ondernemer om op enigerlei wijze in woord of geschrift beschuldigingen te (doen) uiten over ex-partner van de man.).
      Kort: Het voorlopig sluitstuk (hoewel er nog een schadestaatprocedure volgt, zie r.o. 5.6) van de saga rondom de cybercharlatan die maar blijft stellen dat de ex van haar echtgenoot betrokken is bij allerlei zaken die onjuist zijn.
    • Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1 juli 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:1846 (Camera's met geluidsopnamefaciliteit. Echter is niet aannemelijk gemaakt dat de opnames verstaanbare gesprekken (kunnen) bevatten.).
      Onderwerpen: cameras
      Kort: Camera's zijn gericht op eigen perceel maar zouden geluid kunnen opnemen van de buren. Het gaat om 3 camera's van eerste generatie Google Nest Outdoor en 1 camera van de 'tweede generatie'. Het komt echter niet vast te staan dat er ook (verstaanbaar) gesprekken worden opgenomen. (r.o. 3.13-3.17) "Slechts indien sprake is van het opnemen van gesproken, verstaanbare woorden, kan naar het oordeel van het hof mogelijk sprake kan zijn van een inbreuk op het recht op privacy. Willekeurige geluiden zijn niet zonder meer vergelijkbaar met verstaanbaar stemgeluid. Zonder nadere toelichting is onvoldoende aannemelijk dat het enkele feit dat een bepaald geluid hoorbaar is op het perceel van [appellanten] meebrengt dat stemgeluid dus ook hoorbaar en verstaanbaar is." (3.16) Van de 76 fragmenten is slechts één privégesprek hoorbaar maar niet verstaanbaar en dus ook de stellingen van de appellanten niet onderbouwt. De tests gedaan door de advocaat van appellanten waaruit blijkt dat op 31m al e.e.a. hoorbaar zou zijn gaan echter over 'de meest recente camera' van dat merk, en niet de versies (die uit 2019 en 2021) zoals de geïntimeerden hebben.Daarnaast is de advocaat geen geluidsdeskundige. R.o. 3.22 legt e.e.a. mooi uit. De conclusie is dan ook dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat het handelen van de geïntimeerden, voor zover dat bestaat uit het hebben en gebruiken van camera's van het merk Google Nest Outdoor met de mogelijkheid om beeld- en geluidsopnames te maken onrechtmatig is jegens appellanten. (r.o. 3.23)
    • Rechtbank Rotterdam 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12875 (Burenruzie & camera's. 1 camera is onrechtmatig, 2 andere niet. Rol van privacy mask en onmogelijkheid om die zonder medewerking van bedrijf dat het heeft aangebracht weer ongedaan te maken wordt ook uitgebreid besproken.).
      Artikel: 6:162 BW
      Onderwerpen: cameras
      Kort: Cameras 1 en 3 zijn enkel gericht op eigen perceel. Die zijn rechtmatig. Het zijn bolcameras maar dat is ter bescherming van de camera bij verschillende weersomstandigheden. Daaruit volgt niet dat de cameras 360 graden kunnen draaien (r.o 5.5) Onvoldoende weersproken dat met de cameras geen geluidsopnamen kunnen worden gemaakt (r.o 5.8). Camera 2 is echter wel onrechtmatig en mag niet langer gericht zijn op het perceel van de buurvrouw. (r.o 5.11-5.12) Inmiddels is er een privacy mask aangebracht. Het ongedaan maken daarvan wordt door hen gesteld dat ze dit niet kunnen zonder medewerking van het bedrijf dat deze heeft aangebracht die dat niet zou willen doen, alleen hebben ze dat niet onderbouwd. De schriftelijke verklaring van het bedrijf heeft het niet over de mogelijkheid van de buren om het zelf ongedaan te maken. Noch is uit de brief af te leiden dat Pro-Rec bij een verzoek tot het ongedaan maken geen gehoor daaraan zou geven. "Uit het enkele feit dat Pro-Rec heeft verklaard dat zij zich houdt aan de huidige wetgeving en de privacy van derden waarborgt, volgt dat niet. Klaarblijkelijk heeft Pro-Rec er immers in het verleden geen probleem in gezien om de camera te plaatsen zonder daarop een privacy mask aan te brengen, aangezien de camera zoals hiervoor is overwogen pas later van een privacy mask is voorzien." (r.o 5.15) Maar zelfs als dat niet zou kunnen dan nog, overweegt de Rb., zijn er ook andere maatregelen waarvan verwacht mag worden dat ze genomen worden, zoals het simpelweg niet richten op een gedeelte van het perceel van de buren. "Dat de camera niet zodanig gepositioneerd kan worden dat het perceel van [eiseres] ook zonder een privacy mask niet in beeld komt, hebben [gedaagde c.s.] niet gesteld noch onderbouwd. De camera zou bijvoorbeeld meer naar beneden kunnen worden gericht of aan de andere kant van het terras kunnen worden geplaatst, zodanig dat het niet meer mede op het perceel van [eiseres] is gericht." (r.o 5.16) Weghalen hoeft echter niet. "Volstaan kan worden met het verbod zoals in het dictum van dit vonnis opgenomen. Ook is de vordering voor zover daarin [gedaagde c.s.] verboden wordt de openbare weg in beeld te brengen, niet toewijsbaar. Waarom dat verboden is of zou moeten worden, heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal [gedaagde c.s.] derhalve verbieden camera 2 op een zodanige plaats en in een zodanige positie te plaatsen dat daarmee zicht wordt of kan worden verschaft op het perceel van [eiseres] ." (r.o 5.18)
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6566 (Uitingsverbod op sociale media wordt toegekend.).
      Kort: Hoger beroep ECLI:NL:RBOVE:2025:4716. Contact-, locatie- en uitingsverbod. Deze laatste beperkt tot sociale media. Volgens het hof is het contact- en locatieverbod niet langer noodzakelijk (r.o 3.3) Wel is er noodzaak tot het opleggen van een uitingsverbod op sociale media. De vader plaatst meermaals berichten op sociale media over de vrouw en de kinderen ook al ligt er een strafrechtelijke stok achter de deur om zich hiervan te onthouden. De weging van artikelen 8 en 10 EVRM levert op dat in dit geval het verbod passend is. (r.o 3.9) Er wroden ook dwangsommen opgelegd om het verbod kracht bij te zetten (r.o 3.14)
    • Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:1662 (In echtscheiding moet laptop met foto's worden afgestaan aan de man, maar niet de foto's van zoon en/of kleinkind).
      Onderwerpen: kinderen
      Kort: Hoger beroep ECLI:NL:RBZWB:2024:4668 (ongepubliceerd). Man verzocht afgifte van de laptop met alle fotos. Het hof gaat daar echter niet in mee : "Voor wat betreft de fotobestanden waarop de zoon en/of de kleindochter staan, is het hof van oordeel dat hun belang, dat is gelegen in de bescherming van hun recht op privacy, zwaarder weegt dan het belang van de man bij afgifte van die fotobestanden. Daarbij is speelt een rol dat de man eerder zonder voorafgaande toestemming een foto van (hem en) de kleindochter in [dagblad] heeft laten plaatsen zodat er niet van kan worden uitgegaan dat de man, zoals hij stelt, de fotobestanden uitsluitend voor eigen gebruik zal aanwenden." (r.o. 5.6)
    • Rechtbank Amsterdam 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7489 (WAMCA-zaak. Aanhouding zaak tegen Meta in afwachting van antwoord prejudiciële vragen in Amazon-zaak.).
      Artikel: 80(1) AVG
      Onderwerpen: WAMCA, Collectieve actie
      Kort: Meta stelt eerst dat de Rb. onbevoegd zou zijn ten aanzien van de collectieve acties van SOMI en DPS op grond van de Servicevoorwaarden. (r.o. 5.2) De Rb. volgt Meta daarin niet SOMI en DPS treden niet op als cessionaris of op basis van lastgevign of volmacht, dus zijn niet aan het forumkeuzebeding gehouden. (r.o. 6.4) Vervolgens een hele hoop argumenten over de rechtsmacht, maar ook daarin vindt de Rb. geen aanleiding om zich onbevoegd te achten. (r.o. 6.46).
      Meta wil voorts schorsing van de zaak in afwachting van het HvJ EU. Die krijgt het. Antwoord op prejudiciële vragen in Amazon-zaak (ECLI:NL:RBROT:2025:9088) inzake art. 80(1) AVG wordt afgewacht.Anders dan in de TikTok-zaak overweegt de Rb. hier dat de goede procesorde vereist dat niet alleen de AVG-vorderingen maar de procedure in het geheel moet worden aangehouden in afwachting van de beantwoording door het HvJEU.In de TikTok zaak is alleen het 'AVG-gedeelte' aangehouden, de rest kan door. Dat is hier dus niet het geval.
    • Rechtbank Rotterdam 6 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12942 (Ontslag op staande voet na rijontzegging van 24 uur voor chauffeur onterecht. Niet in lijn met onder andere ADM beleid.).
      Onderwerpen: ADM, ontslag
      Kort: Ontslag op staande voet na rijontzegging van 24 uur nadat in speekseltest sporen van cannabis werden gevonden. Dit is echter niet geldig. Deze zwaarste sanctie strookt niet met ADM beleid, Sanctiebeleid en Arbeidsvoorwaardenregeling. (r.o 2.11-2.16)
    • Rechtbank Noord-Holland 16 september 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:10627 (Ontslag op staande voet gerechtvaardigd voor werkneemster die lijst met namen en andere pgg van gasten van Hilton hotel naar privé-mailadres stuurde om met ze op LinkedIn te kunnen connecten.).
      Onderwerpen: ontslag
      Kort: inhoud van document zie r.o. 2.4. Ze zou dit hebben gemaakt 'solely for the purpose of connecting with clients via LinkedIn, and not for any misuse.' (r.o. 2.6). Dit was o.a. in weerwil van de Gedragscode, die jaarlijks moest worden gelezen en ondertekend (r.o. 4.7, 4.9). De kantonrechter verwerpt het verweer van verzoeker dat geen sprake zou zijn van een overtreding van de gedagscode (r.o. 4.10). Inmiddels werkt ze in een sales functie in de leisure branche elders. (r.o. 4.14)
    • Rechtbank Overijssel 7 juli 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6447 (Afwijzing wrakingsverzoek).
      Onderwerpen: Wraking
      Kort: "Verzoeker heeft meerdere wrakingsgronden aangevoerd. Ten eerste heeft hij aangevoerd dat zijn privacy niet kan worden gegarandeerd, omdat hij wordt gedwongen (grotendeels) digitaal te procederen, terwijl het gevaar bestaat dat de systemen gehackt worden." (r.o 2.1) Wrakingsverzoek is afgewezen bij gebrek aan concrete feiten en omstandigheden waaruit vooringenomenheid of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan afleiden. (r.o 2.3)
    • Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7520 (Brief waarin werd geinformeerd over registratie in FSV is geen besluit in de zin van de Awb. Brief waarin werd medegedeeld dat geen recht op financiële tegemoetkoming bestaat wel.).
      Artikel: 1:3 Awb
      Onderwerpen: FSV
      Kort: Zie r.o. 4.2-4.3
    • Rechtbank Den Haag 11 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:20124 (Is niet gebleken dat opnemen van enkele persoonsgegevens in afwijzing aanvraag o.g.v. Wmo schade is geleden. Voor klacht kan naar gemeente worden gegaan of AP.).
      Onderwerpen: Wmo
      Kort: Zaak over afwijzing aanvraag om begeleiding o.g.v. Wmo 2015. "Eiseres vindt het onnodig dat in de transcriptie van het bestreden besluit staat dat haar gemachtigde gescheiden is, een dochter heeft en dat de dochter de achternaam heeft van haar vader. Eiseres is van mening dat deze persoonsgegevens onnodig in het besluit staan en dat zij op onrechtmatige wijze zijn verkregen." (r.o 4) Volgens de rechtbank is echter "niet gebleken dat er sprake is van schade, nog daargelaten of de vraag of vergoeding daarvan in het kader van deze procedure gericht op het verkrijgen van een maatwerkvoorziening voor eiseres aan de orde zou kunnen zijn. Voor het eventueel verder behandelen van een klacht zal eiseres zich moeten wenden tot de gemeente dan wel de Autoriteit Persoonsgegevens." (r.o 8.2 voorlaatste alinea met foutieve nummering '10')
    • Rechtbank Midden-Nederland 17 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5556 (Geen besluit over cameratoezicht, bestuursrechter onbevoegd).
      Artikel: 1:3 Awb
      Onderwerpen: cameras
      Kort: Er is volgens eiser geen afzonderlijk appellabel besluit genomen over cameratoezicht, zodat de gemeente zonder besluit handelt. Dat maakt echter ook de bestuursrechter onbevoegd. "Het geschil over cameratoezicht hoort niet thuis bij de bestuursrechter, maar bij de burgerlijke rechter in deze rechtbank. Eiser zal die procedure bij de burgerlijke rechter zelf aanhangig moeten maken." (r.o 10)
    • Rechtbank Den Haag 6 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:15161 (Oude zaak over onrechtmatige publicatie foto's en namen medewerkers AP).
      Artikel: 7 Hv, 8 EVRM, 10 EVRM
      Kort: Let op, dit is een hele oude zaak uit 2019 die pas bijna 6 jaar later wordt gepubliceerd. Persoon diende klacht in bij AP over het RIEC, namelijk dat deze onrechtmatig de gegevens van de vader van die persoon verwerkte. (r.o. 2.2). De AP heeft de klacht na bestudering niet (verder) in behandeling genomen. Vervolgens publiceert de persoon een stuk op de website met daarin ook een foto van een medewerker van de AP met als onderschrift "[naam medewerker] behandelend inspecteur van de AP". Toen de AP sommeerde de gegevens van de medewerker van de website te verwijderen kwam een nieuw bericht op de website met nog meer persoonsgegevens van andere medewerkers openbaart (r.o. 2.5). En nog een (r.o. 2.7). "De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat de vermelding van individuele medewerkers van de AP in de artikelen op de website onrechtmatig is, omdat deze een niet gerechtvaardigde inbreuk vormt op hun recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer." (r.o. 4.6) Voor wat betreft het verwijderen van een hele passage overweegt de voorzieningenrechter dat dit voor een persoon niet hoeft, maar wel de naam eruit. Voor een andere persoon wel helemaal nu die informatie feitelijk onjuist is (r.o. 4.8)
    • Rechtbank Noord-Holland 1 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11213 (Bewindvoerder maakte geen pgg openbaar maar reageerde enkel op door betrokkene geopenbaarde gegevens).
      Kort: Verzoek ontslag-benoeming bewindvoerder afgewezen. Verzoek was mede ingegeven omdat de bewindvoerder persoonsgegevens van betrokkene opgenaar zou maken via het internet. Op zitting bleek echter dat zij zelf degene was die deze gegevens op het internet heeft geplaatst. De bewindvoerder had enkel op haar bericht geantwoord (r.o. 4.1.) context hier was online reviews van betrokkene over de bewindvoerder (r.o. 2)
    • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6167 (Databankenrecht en Who in relatie tot handelsregisterinformatie).
      Kort: Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2024:6204. Definitief oordeel over hergebruik van persoonsgegevens wordt aangehouden. "De VVZBI heeft in § 3.2 van haar akte betoogd dat de wet- en regelgeving over de openbaarheid en gebruik van (persoonsgegevens in) handelsregisterinformatie sterk in beweging is en dat er sprake is van een regulatoir vacuüm. Zij verwacht dat de wetgever op korte termijn deze sectorspecifieke wetgeving voor het handelsregister tot stand brengt. Tot die tijd kan de vraag in hoeverre het hergebruik van persoonsgegevens in handelsregisterinformatie is toegestaan, niet op een betrouwbare manier worden beantwoord. De VVZBI verzoekt het hof daarom om over deze kwestie nog geen definitief oordeel te geven en eerst de beantwoording van de prejudiciële vragen af te wachten." (r.o. 2.16)
    • Rechtbank Amsterdam 4 juni 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3712 (Verzoek om voorlopige voorziening jegens AP maar ontbreekt aan formele- en materiële connexiteit.).
      Kort: Zaak tegen Autoriteit Persoonsgegevens. Ontbreekt echter aan formele en materiële connexiteit. Daarom niet-ontvankelijk.

Kifid uitspraken

💡
Kifid, het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, is het financiële klachteninstituut voor consumenten en kleinzakelijke ondernemers en zzp’ers. Het behandelt in toenemende mate klachten over de verwerking van persoonsgegevens door financiële instellingen.
  • Kifid, 13 november 2025, Uitspraak 2025-0828
    Artikel(en): EVR, IR
    Kort: Registratie van 8 jaar in het Incidentenregister en de GBA, in het IVR voor 5 jaar en 1 jaar in het EVR allen proportioneel.

🇪🇺 EDPB

🇳🇱 Autoriteit Persoonsgegevens

🇪🇺 EU-nieuws

  • Het EU Parlement heeft op 21 okt. jl. het standpunt gepubliceerd in eerste lezing vastgesteld op 21 oktober 2025 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2025/... van het Europees Parlement en de Raad tot vastlegging van aanvullende procedureregels betreffende de handhaving van Verordening (EU) 2016/679
  • De Digitale Omnibus 'for the digital acquis' is gelekt.
    • Het gaat om twee voorstellen: een specifiek over AI hier te lezen (via netzpolitik.org) en een over de ePrivacyrichtlijn en de AVG hier te lezen (via netzpolitik.org).
💡
Ik ben voornemens de onderdelen over de AVG zelf te vertalen en dan een overzicht van de beoogde wijzigingen te maken. Dat wordt vast gedeeld een van de volgende edities. Bestaat het al en is het goed? Laat me vooral weten, dan kan ik daarnaar verwijzen.

🏢 Overheidsnieuws :

🇳🇱 Wetsvoorstellen :

  • Ontwerpbesluit Gegevensverstrekking douane voor politie- en toezichtstaken & Algemeen douanebesluit gegevensverstrekking douane
  • Wet rapportage hypotheekmarkt DNB, Kamerstukken II 2025–2026, 36 846, nr. 4 (Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport)
    Kort : "Als gevolg van de verdergaande (digitale) mogelijkheden om gegevens
    aan elkaar te koppelen, kan niet meer volledig worden uitgesloten dat een
    deel van de uitgevraagde gegevens tot personen herleid kan worden. Dit
    leidde tot zorgen over de mogelijkheid dat persoonsgegevens konden
    worden verwerkt zonder voldoende wettelijke grondslag.
    Vanwege deze zorgen over de bescherming van persoonsgegevens
    ontvangt DNB al enkele jaren minder gegevens over de ontwikkelingen
    binnen de financiële sector in relatie tot de hypotheekmarkt. Dit heeft tot
    gevolg dat DNB in mindere mate in beeld heeft hoe de hypotheekmarkt
    zich ontwikkelt en daardoor wordt zij belemmerd in de uitvoering van haar
    statistische taak en financiële stabiliteitstaak. Gezien de relatief grote
    omvang van de hypotheekschuld en de risico’s die daarmee samen-
    hangen, is het van belang dat DNB beide taken weer volledig kan
    uitvoeren. Deze noodzaak blijkt, anders dan de noodzaak voor de
    rapportageverplichting op zich, echter slechts in beperkte mate uit de
    toelichting.
    De Afdeling adviseert om in de toelichting nader in te gaan op de
    noodzaak van het wetsvoorstel in relatie tot de goede vervulling van de
    statistische en financiële stabiliteitstaak van DNB.". Daarop is de MvT aangevuld. Zie hier.

📣 Internetconsultaties

  • Verzamelbesluit digitale overheid i.v.m. vertegenwoordigen
    Deadline : 05-01-2026
    Kort : "De wijziging van het Besluit digitale overheid maakt het voor publieke dienstverleners makkelijker om wettelijke vertegenwoordigers online te laten inloggen. Het is namelijk belangrijk dat burgers ook digitaal wettelijk vertegenwoordigd kunnen worden bij de overheid (bijv. een ouder met gezag over een kind, of een curator die namens een persoon onder curatele handelt omdat die persoon niet in staat is zijn eigen belangen te behartigen). Hiervoor is de bevoegdheidsverklaringsdienst gemaakt. Dit besluit regelt dat publieke dienstverleners makkelijker op de bevoegdheidsverklaringsdienst kunnen aansluiten."
  • Besluit algemene bepalingen van het opsporingsonderzoek
    Deadline : 31-01-2026
    Kort : "Dit besluit is onderdeel van het programma nieuw Wetboek van Strafvordering en bevat gedeeltelijk nieuwe uitvoeringsregels en gedeeltelijk de modernisering van reeds bestaande algemene maatregelen van bestuur (en ook bepalingen uit het huidige wetboek die nu op het niveau van amvb worden geregeld. Bijvoorbeeld de vereisten aan een bevel of machtiging en de omzetting van het huidige artikel 140a). Het besluit omvat de uitvoeringsregels over de algemene bepalingen van het opsporingsonderzoek, geregeld in Boek 2, Hoofdstuk 1, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Dit nieuwe wetboek is op 1 april 2025 aanvaard door de Tweede Kamer."

📚 Vakliteratuur

  • M.R. Hebly, 'Anoniem schadevergoeding vorderen?', AV&S 2025/25.
    Kort: Deze bijdrage gaat over 'de vraag of voeging als benadeelde partij met een vordering tot schadevergoeding mogelijk is onder vermelding van slechts een aangiftenummer.' Hebly concludeert 'Vooralsnog ben ik dus geneigd tot het standpunt dat ‘anoniem’ ingediende vorderingen (zoals vorderingen onder nummer) niet moeten worden toegelaten in het strafproces.'
  • F. Çapkurt, Lessen uit het drinkwaterarrest, iBestuur. Zie in JBP de annotatie bij het arrest waarover het blog is geschreven.

Editie #15 komt op of omstreeks 1 december
Tot dan!

Abonneer je op De Privacy Nieuwsbrief

Schrijf je nu in, en mis geen enkele update!
jamie@voorbeeld.com
Inschrijven